#MotorAan Epic Eastern Europe

"Helse Rit"

Dag 20, 21 en 22.

We zetten door naar Ljublijana vandaag. De weersvoorspellingen zien er slecht uit voor de laatste 5 dagen en onze plannen wijzigen dan ook met de minuut. Tot de laatste 20 minuten hebben we het droog, en dan rijden we Ljubljana binnen in hevige regen. De regenpakken bieden bescherming en we zijn blij als bij het gezellige hostel Tivoli aankomen. Peter begroet ons en we zitten al gauw met zelfgemaakte limoncello op te warmen. We ontmoeten hier Jude, een Engelse meid, Hannah, een Amerikaanse en Dan, een Canadese, en met zijn 5en worden we gestuurd naar de Hot Horse, waar je de beste paardenvlees hamburgers kunt eten. Wat een tegenvaller! We zijn er allemaal een beetje misselijk van... Met wat biertjes spoelen we het weg en hebben een gezellige avond in het centrum.

De volgende dag zitten we aan onze laatste free walking tour, ook weer in de regen. “To Love” is de vertaling van deze stad in het Slavs, een romantische betekenis die goed weggelegd is voor deze kleine stad. In 20 minuten loop je van de ene naar de andere kant van het oude stadcentrum. Gebouwd tussen de heuvels in een moeras gebied, draagt deze stad in zijn wapen en vlag het teken van een Draak. Er zijn vele verklaringen waarom de Draak opgenomen is in het teken van Ljublijana, maar de leukste blijft toch wel het sprookje van Jason, de Drakenslachter.

Terwijl we door de stad lopen, merk ik dat ik er niet helemaal met mijn gedachten bij ben. Alles wat we zien is mooi en interessant, maar misschien heeft na 3 weken toch echt de stadsmoeheid toegeslagen. De regen helpt niet echt mee, en samen met Jude vinden Erik en ik dan ook warmte in een klein barretje voordat we de heuvel oplopen en het Kasteel even bekijken met ook daar weer een mooi uitzicht over de stad. Daarna vinden wij het alledrie genoeg geweest en eindigen we in het hostel waar nieuwe gasten binnen gekomen zijn, waaronder Heu, een Zuid Koreaan die op zijn F800GS motor helemaal vanuit zijn land via Rusland naar Europa is komen rijden. Samen met nog 2 mexicanen zitten we weer aan de Limoncello, en gaan we nog even voor een laatste avondmaal lekker uit eten. Ik, verbazingwekkend genoeg, aan een schnitzel.


Erik en ik hebben ondertussen besproken wat we nog willen doen. Ons plan is om nog 2 nachten in Nuremburg te blijven. We zouden initieel de Stelvio pass in Noord Italie gaan rijden, een mooie eindroute door de Alpen. Maar omdat we de laatste 10 dagen alleen maar bochten hebben gereden, en het met bakken uit de lucht komt vallen is dat plan vervallen. Volgens de weerberichten zou het zonnig zijn in Nuremburg en als Erik dan zegt: “Ja vet dan kunnen we de Nurberg ring rijden!” ben ik om. Nuremburg ligt precies halverwege op weg naar huis vanaf Ljubljana, maar ook dan is daar het weer omgeslagen, 8 graden en regen. Wat doen we!?
We hebben een fantastische reis gemaakt en in korte tijd veel gezien, geleerd en meegemaakt. De motoren hebben 3500km lang alleen bochtenwerk uitgevoerd en ondanks de soms vermoeiende dagen, hebben we hier dik van genoten. Bijna alle landen kunnen zien de we wilden zien en met Bosnie en Slovenie als laatste 2 landen is misschien het eind dan toch in zicht gekomen. Als het mooi weer was geweest waren zeker nog gebleven, maar met een biertje in de hand kijken Erik en ik elkaar aan en zeggen we, het is mooi geweest. We gaan naar huis.
Op onze 22e dag staan we rond een uurtje of 8 op en met een klein ontbijtje achter de kiezen nemen we afscheid van onze “nieuwe vrienden” in het hostel. Het komt weer met bakken uit de hemel gevallen. Ljubljana – Arnhem, 1100km. Iets wat in een auto misschien al een lange dag is. Maar we zeggen allebei dat we het gewoon gaan proberen en als het niks wordt, stoppen we ergens en pakken een hotel.
Erik heeft een gat in zijn regenpak en dus is na een uur zijn hele motorbroek zeik en zeiknat. We rijden de grens over in Oostenrijk, kopen voor de 2e keer een vignet, rijden door lange tunnels en dan zijn daar ineens de Alpen. En de eerste sneeuw, al laag op de bergen! De regen komt nog steeds uit de lucht en dat met de 6 graden Celsius buiten en wind, zorgt ervoor dat Erik het heel koud heeft. Om het uur moeten we even stoppen om op te warmen. De kilometers gaan langzaam voorbij, want gemiddeld kunnen we niet harder dan 80km/u vanwege Stau en Stau en nog eens Stau. Ik lees op nu.nl dat de spits in Nederland de grootste dit jaar is, ook vanwege de regen. Op de weerradar in Duitsland zie ik dat onze hele route bezaaid is met regenwolken. Na 6 uur rijden begint het langzaamaan donker te worden en zijn we nog niet eens op de helft, we zitten nog voor Nuremburg. Ondertussen beslaat mijn vizier om het half uur en moet ik af en toe met vizier openrijden. Er zijn veel wegwerkzaamheden en zonder straatverlichting in het donker is het pittig rijden. Vooral als we in en in koud zijn. Ik wil nog niet opgeven maar weet dat Erik het heel koud heeft en besluit dan om even bij een MacDonalds te stoppen voor koffie en warme chocolademelk. We parkeren de motor en dan gebeurt het... ik zwaai van mijn motor af, zie niks door mijn vizier, klap net niet op tijd mijn standaard uit..... 3-2!! Shit shit shit... de laatste dag!! Hoe krijg ik het voor elkaar!! Mijn motor ligt zielig opz ijn zijkant voor de MacDonalds en ik wordt uitgelachen door 2 Duitsers die me gelukkig wel vriendelijk helpen mijn motor overreind te krijgen. Erik kan weer even goed lachen en wanneer hij zijn binnenbroek heeft geruild voor een droge, en het regenpak met ducttape heeft gedicht kunnen we er weer even tegenaan.

De laatste 3 uur vind ik dan zelf zwaar. Moeheid begint toe te slaan, mijn leren handschoenen zijn doorweekt en zelfs de handvatverwarming komt er niet meer doorheen. De rillingen gaan over mijn lijf, maar de gedachte om nu in mijn eigen bed te liggen zijn sterk genoeg om me erdoor heen te slepen.
Kou, regen, korte invoegstroken, snelle auto’s, file, slecht zicht, wegwerkzaamheden en gele strepen, moeheid. Het is een helse rit. We zijn om 9 uur vertrokken en dan, 1100km later, om 1 uur snachts, 16 uur later komen we onze eigen landgrens over. We stoppen direct in Emmerich bij het eerste tankstation. Voor mij is het nog 15 minuten rijden en Erik moet nog even een klein uurtje naar Utrecht. We zijn koud tot op het bot, maar kunnen lachen! We hebben het gehaald man!! Ok, we zien er uit als Lego-poppetjes, die met van die ronde handjes 16 uur op een motor hebben gezeten, maar we leven nog!
We nemen afscheid en het is dan vreemd zodra ik de afslag richting Arnhem pak om zonder mijn motorbuddy door te rijden... naar huis.
Ik type dit verhaal nu op de dag dat we eigenlijk zouden moeten aankomen, zondag 18 oktober 2015, 3 dagen nadat we thuis gekomen zijn. Morgen moeten we allebei weer aan de bak en dus is het dan ook echt voorbij. Plannen voor een volgende rit zijn er al... Noord Europa, via Scandinavia naar Estland, Letland, Litouwen en Polen, misschien in 2020?!

Mijn GS heb ik schoongemaakt, een dikke knuffel gegeven en ik sluit met een dikke glimlach op mijn gezicht de garagedeur. Tot volgend jaar, als de zon terug is.

#Motoruit

“Gekleurde Watervallen”

Dag 19

Previously on Epic Eastern Europe:  “Problemen Problemen Problemen”.  Het noodlot slaat toe, Erik’s GS heeft kortsluiting. Team #Motoraan is gestrand in midden Bosnie en moet de nacht afwachten om te horen of ze door kunnen, of dat het einde van deze reis vroegtijdig in zicht is. Stay tuned for more!

Ik knipper met mijn ogen, het geluid van een lage stem dreunt dof door mijn oordoppen heen, het klinkt eentonig maar verandert zo nu en dan van toonhoogte voordat het weer terugvalt in de lage trillingen. Het is buiten al licht waardoor ik pas besef wat ik hoor. De Moskee in het dorp Travnik uit zijn/haar ochtendgebed, het is pas half 7. Ik draai me om maar kom met moeite weer terug in slaap. Ook Erik is wakker, maar we staan beiden pas echt om 8 uur op om rustig aan het ontbijt te beginnen. Kip leverpaté op brood en een soort van krentenloze oliebol met chocolade erin.

We bespreken de mogelijkheden. Ik ben normaal redelijk nuchter en misschien wel meer pessimistisch, zodat als het tegenvalt ik het niet erg vind. Er zijn 2 mogelijkheden, de motor wordt voor dinsdag gerepareerd, dan gaan we door zodra gepland met een kleine wijziging ergens om de 2 dagen verlies terug te winnen in onze laatste week. Lukt het niet, dan moet Erik een auto regelen en rijden we via de meest directe route naar huis. Dat laatste besluit is genomen omdat we allebei voelen dat we alles gezien hebben wat in onze ogen echt Oost-Europa was, we zijn in principe al bezig met de terugreis en daarnaast is het weer op vandaag na, alleen nog maar regen en kou.

Erik verlaat het hotel en ik blijf achter om mijn blog bij te schrijven. We hebben afgesproken dat we niet bellen of smsen om de kosten laag te houden. Ik heb gisteren binnen 30 seconden(!) een data rekening van 60 euro opgebouwd toen ik op zoek was naar een BMW dealer in Bosnie, ouch! Erik zou gewoon terugkomen en dan hoor ik het wel. Omdat we beide eigenlijk geen hoop hebben, neem ik rustig mijn tijd. We hebben gisteravond het nog uitgebreid gehad over wat het had kunnen zijn. Ook mijn motor heeft wat kleine probleempjes gehad, niks ernstigs, maar elke weer wel als het lang geregend heeft. Gisteren klonk het overduidelijk dat er kortsluiting ergens in Erik’s kameel was. Een electrisch probleem is waarschijnlijk alleen door een BMW dealer of iemand die er verstand van heeft te repareren.

Ik ben rustig lekker mijn ding aan’t doen, hou een beetje de boel de boel, zit wat te lantefanteren en lekker te bemmelen, als ineens mijn telefoon gaat. Erik. Oetlul, je zou gewoon terugkomen, goed ik neem wel op.
“Yo dude”
“We gaan!”
“Sorry wat?”
“We gaan, het is gelukt”!
“Uhm maar ik heb nog 10 minuten nodig... nee wacht, we gaan!? Echt!??! Hoe de in hemelsnaam what the fuck!?!?”

Erik komt bij de garage aan en de man kijkt hem rustig aan en wijst naar binnen zonder enige emotie op zijn gezicht. Erik denkt dan nog dat het niet veel soeps is, maar als hij de garage binnenloopt en de GS staat weer met zijn benzine tank terug op de plaats, ontstaat er een hele grote lach op zijn gezicht!! Als dan de motor start en zijn kameeltje weer als nieuw klinkt is het een en al euforie! Hoe deze man het gedaan heeft weten we niet. Een jonge vent, gek van motoren, pakt het probleem gewoon met beide blote handen aan. Niks geen uitlees-diagnostiek computer, gewoon ouderwets alles nalopen. En ja hoor... daar, een hele kabelboom (jungle aan kabels) bij het balhoofd is doorgebrand en gesmolten. Nieuwe kabels erin met hier en daar een kleine tijdelijke aanpassing en we kunnen weer op pad!

De zon schijnt en we klimmen met trots en blijdschap weer op onze motoren... we pakken met 20 uur verlies ons schema weer op en gaan door naar Plitviche National Park in Kroatie!
De rit is weer fantastisch, mede door het droge weer wat we al 5 dagen niet gezien hebben. Tot de GPS ons een onverhard pad opstuurd. Ik laat het even gaan, maar na 8km zitten we nog steeds over grind en zand te rijden met overal watergevulde gaten in de weg. Het vergt concentratie en een andere rijtechniek, vooral wanneer het grind losjes begint te raken, besluit ik te gaan staan zoals ik heb geleerd tijdens de offroad cursus. Het werpt zijn vruchten af, en ook voer ik rustig de snelheid op naar 50km/u. Maar we klimmen langzaamaan naar 1200 meter en raken nu in de volledige mist, en dus moet de snelheid weer terug. Ik wordt er een beetje chagrijnig van, we zijn nu wat later vertrokken en mijn doel is om het nationaal park vandag nog met zonneschijn te zien, en dus moeten we er por op houden, een offroad weg is dan alles wat ik niet wil. Ondanks dat genieten we er toch van, vooral als de mist weer verdwijnt, ik mijn zomerhandschoenen voor de winterhandschoenen wissel en na 25km weer mooi asfalt tevoorschijn komt. Het is ongeveer 3 graden celsius, en dus is het ook tijd om alle winterkleding uit de koffers te halen. De verloren tijd halen we gelukkig weer in als we weer volle bak over de weg gaan, weer vele mooie bochten door het snel veranderende landschap. De bergen zijn nu heuvels geworden en wij rijden echt door de groene vallei van Platvoet en zijn vriendjes.

Na 3 uur bereiken we de kroatische grens, en als we deze over zijn even een dikke high five! Ons zoveelste land, we zijn de tel kwijt, maar blij dat we weer in de EU zijn en nu even geen grensovergangen meer aan hoeven te doen! Een half uur later komen we aan bij Plitvice Park, een nationaal park vol met prachtige kleine en grote watervallen. Over 2 uur gaat de zon onder en dus knallen we met onze motorpakken de paden op. We lopen 2 uur lang en genieten van de prachtige herfst gekleurde waterval landschappen. In onze winterkleding en met flinke pas is het wel even zweten maar het is het waard!

Bij terugkomst snel weer de motorkleding aan. Erik springt op dat moment een beetje lomp op zijn motor en misschien raad je het al.... 3-1! Ik mocht er helaas geen foto van maken, maar het ziet er niet naar uit dat Erik deze wedstrijd nog gaat winnen. We tillen zijn motor overeind, lachen er even om, vooral omdat ik het zag gebeuren, hem met grote ogen aankeek, de paniek in zijn ogen zag toen de GS in slowmotion met de zwaartekracht mee kwam, en ik niks kon doen en de 3-1 al in de lucht zag hangen, met stiekem een klein glimlachje.

Het is donker als we de tent opzetten, pizza erin en veel water drinken en morgen rijden we naar Ljublijana... we zitten weer op schema! 

“Problemen, problemen, problemen!”

Dag 18

Hoevaak ben ik een blog begonnen met: “De wekker gaat vroeg”. Nou we zijn er weer hoor! Aankleden, inpakken en wegwezen! Het is nog droog, maar het regenpak gaat aan want we weten dat het vanaf nu op 1 dag na, de hele week regen wordt! We zijn allebei nog steeds onder de indruk van gisteren en nemen Sarajevo dan ook in onze top 3 van steden. Ik had nog best een dag in Sarajevo willen zijn om even los van alle geschiedenis rond te lopen, maar we moeten verder richting Plitviche park wat in Croatie ligt. Het is maandag de enige droge dag en dan de beste dag om het park te zien dus moeten we afscheid nemen van Bosnie.

We zitten nog geen 2 minuten op de motor en de regen komt met bakken uit de lucht. Maar goed nieuws... er is eindelijk snelweg en we kunnen even wat kilometers maken! Alles gaat goed tot we op een tolweg komen. Ik ga voorop en pin wel even. Tot nu toe hebben we elke keer bij het begin van de tolweg moeten betalen maar ik zie alleen een kastje met daarop 1. Een speakertje met een knopje. 2. Een grote rode knop! 3. Een sleuf waar een kaartje in of uit kan. Ik snap er niks van... de rode knop raak ik niet aan! Ik denk dat het geworteld is in mijn denken, een rode knop raak ik niet aan! Op mijn werk zou ik dan een motor uitzetten, een hydraulische pomp uitzetten of de schietstoel activeren! Dus ga ik maar voor het kleine knopje naast de speaker... dan hoor ik een alarm afgaan en 3 rode letters lichten op “S.O.S.” shit shit shit.. dat bedoelde ik niet!! Een man in uniform komt op me af en waait zijn handen in de lucht.. drukt dan op de rode knop en moet lachen... een klein “parkeer”kaartje komt er uit.

Als we de tolweg afrijden betalen we met onze laatste munten en slaan dan een weg in wat ons weer door allerlei bergdropen rijdt. We zijn nu 2 uur onderweg en redelijk stil geweest tegen elkaar, mogelijk vanwege de groeiende vermoeidheid van ons tempo. Dan ineens hoor ik over de intercom Erik luid tegen me praten... “Problemen Problemen Problemen!!”  Mijn gekromde rug gaat nu rechtop, ik kijk links en rechts in de spiegels maar zie niks vreemds, Erik zit nog op zijn motor, met 2 auto’s tussen ons en ik kan nog niks duidelijk opmaken over wat er aan de hand is. “Wat is er?!” Ik hoor niks... “Erik ik parkeer hem hier aan de overkant en kom naar je toe!” Stilte...

Ik ga de rem in, kijk goed of er niks van rechts komt, rijdt de tweebaans weg over en kom tot stilstand in een strook nat zand. Ik zet de motor uit, pak met mijn rechter hand de voorrem vast, stap af zoals ik dat altijd doe, maar deze keer met mijn ogen gericht op Erik en zijn GS, mijn linkerschoen staat al in het zand, mijn rechterbeen maakt een zwaai, vol tegen de tent aan die op de rechterkoffer is gemonteerd, ik duw hierdoor de motor naar mij toe, denkend dat ik hem nog vast heb, maar het zwaartepunt is te ver, langzaamaan voel ik de 300kg naar mij toe leunen, en zie ik mijn GS als de titanic de grond raken. Shit!! 2-1 !!! Ok geen tijd voor gein, ik moet Erik helpen, maar zonder dat ik het weet staat hij al naast mij geparkeerd. “Heijmans what the fuck!?” “Ja godver, ik zit naar jou te kijken, ik hoor problemen en nou krijg ik het voor mekaar om de score op te kloten!” We helpen de motor overeind. 

Dan krijg ik te horen wat er gebeurde. Erik’s motor is echt een dagje ouder geworden sind die de 99999km voorbij is gegaan. Ineens verliest de motor kracht, toeren lopen terug, Erik probeert gas bij te geven maar het wil niet baten, en terwijl de bult oprijden valt zijn motor uit. Hij krijgt hem nog gestart, geeft goed gas en kan nog net genoeg energie uit de motor krijgen om hem naast mijn gevallen GS te parkeren, maar dan is het ook gedaan. De motor wil niks meer... starten niet en het enige wat we horen is het gebuzz van electriciteit. Het klinkt als kortsluiting ergens bij de brandstof toevoer. Er zit niks anders op dan de ANWB te bellen... daar staan we dan tussen 2 kleine dorpen in het midden van Bosnie!


Het lijkt wel een topgear avontuur, want Erik is genoodzaakt bij mij achterop te stappen... een kleine vernedering ;) We laten zijn GS achter en rijden 5 minuten verder naar het volgende dorp waar we een restuarant met wifi binnentreden. Met onze laatste marken bestellen we een Bosnian Koffie en een Tea. De ANWB meldt ons dat ze er binnen 30 minuten zijn. 4 uur later staat Erik’s motor bij de garage... op een zondag! De mensen hier zijn zo lief, ze roepen al hun vrienden op om van alles en nog wat te regelen. Wij vermoeden dat het een electrsich probleem is, iets wat alleen een BMW garage kan controleren en de dichtsbijzijnde zit 5 uur verderop in Kroatie.

Met nog maar een week te gaan waarvan 3 dagen puur terugrij dagen zijn verliezen we niet heel veel spectaculairs. Plitviche is een fantastisch park in Kroatie maar misschien niet geweldig op een regenachtige dag, Ljublijana in Slovenie is net als plitviche dichtbij genoeg om een keer op een andere vakantie te zien en ons plan om de Stelvio over te slaan maar de Nurburgring te pakken was iets wat we gisteren pas bedacht hebben... ach dat komt nog wel een keer.

Als de GS gemaakt wordt binnen 48 uur dan proberen we nog zoveel mogelijk af te maken, anders wordt het een auto voor Erik om naar huis te gaan.. een beetje een zure domper en einde van een fantastische reis, maar we kunnen er mee leven.  Morgen horen we meer...

TO BE CONTINUED.....

“It happened, therefore, it can happen again.”

Dag 17

Het is  buiten grijs en druilerig regenachtig weer. Het soort weer wat helemaal past bij de stemming vandaag. Niet de onze, want wij voelen ons vrolijk en fris en fruitig, maar de stemming van de dag omdat we na het eind van deze dag zoveel geleerd hebben over Bosnie i Hercegovina en de oude maar vooral ook de meest recente geschiedenis van heel Yugoslavie en bovenal Sarajevo en Srebenica.

Wat ik hier nu ga opschrijven is vooral een stuk geschiedenis, deze zoals ik hem vandaag heb mogen aanhoren en aanschouwen. Het zal misschien de langste van de blogs worden en voor onze vaste lezers misschien een andere prik dan je gewend bent van mij, op de lengte van verhalen na. Deze reis is tot nu toe fantastisch geweest, van elk land heb ik wat opgestoken, mogen proeven als het ware. Ik heb alleen al een beter overzicht van de topografie in Oost-Europa. Maar Bosnie heeft mij door deze ene dag in Sarajevo echt geraakt. Het heeft bijna alles overtroffen en niet omdat het het mooiste land is, maar misschien wel 1 met de meest interessante geschiedenis, voornamelijk wat betreft de relatief recentelijke gebeurtenissen. Wat ik hier opschrijf zal echter maar een klein gedeelte van de feiten en geschiedenis zijn, zoals ik hem vandaag begrepen en geinterpreteerd heb. Mocht geschiedenis nooit je favoriete vak op school zijn geweest, dan kun je misschien beter dag 17 even overslaan.

Ik heb in 8 uur tijd, nog nooit zoveel geschiedenis geleerd dan in mijn gehele schooltijd, althans zo voelt het. Ik heb vandaag meer kunnen begrijpen over wat er 20 jaar geleden hier heeft plaats gevonden. De smerige oorlog en gruwelijke daden brengen zoals altijd weer, alleen maar volkomen onbegrip en ongeloof. De beelden die wij vandaag hebben gezien, zitten nu nog, 48 uur later, vol in mijn hoofd. Ik herinner mij als kind van 7 a 8 jaar, de met nachtcamera opgenomen beelden, die tijdens het NOS journaal te zien waren: groene flitsen van alle raketten e.d. die op de stad Sarajevo gericht waren. Als kind van 7 zegt en doet dit je weinig, maar het verbaasd me dat ik de beelden nog vers in mijn geheugen heb. Net als de namen Milosovic en Mladic. Srebenica is daarna nog bijna elk jaar wel in het nieuws geweest, en recentelijk nog afgelopen juli. Het is tijd om beter te begrijpen wat hier 20 jaar geleden gebeurd is en wat nog steeds dagelijks “leeft” hier in Sarajevo en ongetwijfeld in de rest van dit land.


Het is 10 uur als we het hostel uitlopen voor een snel ontbijtje voordat we onze 2,5 uur durende free walking tour om 10:30 moeten beginnen. Het duurt even voordat we iets vinden en we de lokatie van het meeting point kunnen vinden. We treffen een gedeelte van de Australiers van gisteravond op dezelfde plek en samen zijn we er over uit dat dit de plek is waar de gids hoort te zijn... maar om 10:30 is er geen gids te bekennen.
Ik sta ondertussen met een cameratas hangend over mijn fel gele Hoodie trui te schuilen onder mijn zojuist gekochte paraplu, ik had natuurlijk geen regenjast ingepakt en met mijn gele trui val ik een beetje buiten de groep die voornamelijk donkere regenkleding draagt. Al gauw sluiten andere mensen bij de cirkel van mensen die zojuist ontstaan is. Het is dan pas dat ik merk dat de meeste van de groep van ongeveer 15 tot 20 man hun ogen op mij, die man met zijn paraplu en felgele trui, gericht hebben. Alsof ze verwachten dat ik zo spontaan losbarst met verhalen over het ontstaan van Sarajevo, ze beloon met snoepjes op goed beantwoorde vragen en ze straks tips ga geven over waar ze het beste lokaal kunnen eten.


Dan komen er nog enkele anderen in de druipende regen aangesloft: “Is this the free walking tour?”. Men kijkt mij aan en ik zeg dan maar: “Yes welcome, my name is Rogier, we’re just waiting for a few more and then we’ll start the tour.” Erik en enkele van de Australiers beginnen te lachen, maar de rest geloofd het nog wel. Ik ben benieuwd hoever ik nog kan gaan met het voordoen als gids. Ik heb deze keer mijn lonely planet helemaal niet gelezen en dus kan ik geen enkel interessant feitje over Sarajevo vertellen en begin ik dan maar over het gebouw achter ons. “That building over there, can you all see the one window that is open? Well that is open so the local pidgeons can fly in and out, because over there…” en dan houdt mijn verbeelding op… duiven!? Waar gaat dit verhaal heen… De mensen beginnen me dan argwanend aan te kijken en op dat moment wordt ik gered door Neno, de enige echte tourgids. Hij komt op ons af, geeft ons een hand en zegt: “Sorry guys I’m a bit late” waarop ik alleen nog maar kan antwoorden: “No worries Neno, glad you here to take over the shift, I’ve been tourguiding all night long and I’m ready for bed.”

Neno, geboren en getogen in Sarajevo, heeft als 5 jarig kind dan ook de hele Siege of Sarajevo meegemaakt. Hij begint met een kleine introductie over Sarajevo maar ook over Bosnie i Hercegovina en vat in 5 minuten tijd de ongeveer halve eeuw aan geschiedenis van deze stad. In het kort, 400 jaar Ottomaans rijk tot deze afzwakte en Bosnie en omringengde landen geannexeerd worden tot het Koninkrijk van Oostenrijk-Hongarije.
In Sarajevo is er dan een omslagpunt voor onze geschiedenis. Troonzitter Frans Ferdinand wordt neergeschoten in Sarajevo. Het is een triggerpoint (niet de oorzaak!) voor WW I.  Na WW I, vormen Kroatie, Slovenie en Servie een Servisch Koninkrijk (dictatuur), later Yugoslavie (Zuid Slavie) genoemd. Deze staat wordt afgebroken ten tijde van WW II. Wanneer de Nazi’s verdreven zijn door lokale troepen en dus niet de Russen, nemen de communistische partijen zoals overal in de Oost-Europese landen het gezag over. Op 6 april 1946 vormen Slovenie, Kroatie, Servie, Bosnie, Montenegro, Macedonie en Kosovo samen ditmaal het Yugoslavie Republiek geleid door Tito. Stalin eist dat dit nieuwe communistische land onderdeel van de USSR wordt, maar Tito ziet hier niks in en wil verder als onafhankelijke communistische staat, want het waren niet de Russen die hen van de Nazi’s bevrijd hadden. Tito investeerde o.a. in Sarajevo en hierdoor is Sarajevo o.a. groot geworden, Tito wordt nu dan ook nog steeds als held gezien, zo ook in de omringende landen en Yugoslavie gaat ondanks het communisme een engiszins stabiele danwel bloeiende periode door. Wanneer Tito in 1980 sterft, wil elk land meer eigen zeggenschap en ontstaat er meer onrust waarbij Servie steeds meer macht opeist. Tijdens verkiezingen is het duidelijk dat o.a. Slovenie en Kroatie zich los willen maken van de federatie. Servie is het niet mee eens en in 1991 ontstaat er een kortdurige oorlog (10 dagen in Slovenie en ongeveer 6 maanden met Kroatie) waarbij de Federatie (Servie in principe) verliest.

En dan begint het pas echt voor Bosnie i Hercegovina (vanaf nu verkort Bosnie). Allereerst is het belangrijk om te weten dat Bosnie anders is dan elk land in deze omgeving, omdat Bosnie het enige multi etnische land is met daarin Kroaten (Katholieken), Bosniakken (Moslims) en Serviers (Orthodox). Ze spreken allemaal eenzelfde taal maar hebben uiteraard alleen verschillende opvattingen. De Bosniers en Kroaten zijn in principe in de meerderheid. De Bosnische Serviers leven in het noord en oostelijke gedeelte van het land, tegen Servie aan. Ook in Bosnie vindt een referendum plaats, de meerderheid, Kroaten en Bosniakken, stemmen voor onafhankelijkheid. Echter omdat de Serviers het referendum geboycot hebben, en er dus niet door alle drie de etnische groepen gestemd is, is het referendom ongeldig verklaard wat betreft Servie. Maar Bosnie verklaard zich alsnog onafhankelijk in 1992. Daarop vertrekken de meeste Bosnische Serviers uit Sarajevo, de hoofdstad die midden in een vallei tussen hoge heuvels en bergen ligt. Deze serviers verplaatsen zichzelf naar de omringende bergen. Vanaf 6 april 1992 begint de Siege of Sarajevo. Precies op de dag, 47 jaar geleden nadat de Nazi’s zich gewonnen gegeven hebben, en dat maakt 6 april dan ook een dag waarop de mensen in Bosnie niet weten of ze moeten lachen en feest vieren, of huilen en verdriet hebben.

Met de hulp van het Servische leger (Steun uit republiek Servie onder leiding van Slobodan Milosovic) vallen de Bosnische Serviers vanuit de heuvels Sarajevo aan met o.a. raketten (shelling, waarbij bomfragmenten verspreiden) en mortiers. De oorlog, die door velen incorrect als burgeroorlog gezien wordt, want Bosnie is nu onafhankelijk en wordt aangevallen door de Serviers, duurt 4 jaar, waarbij de mensen in Sarajevo 4 jaar lang vast in hun eigen stad zaten en maar moesten zien te overleven.  Servie blokkeert alle toegangswegen naar de stad, sluit het gas en electriciteit af, en dus is het naast het overleven van de raketaanslagen ook proberen om de honger en in de winter de kou te overleven. Neno verteld dat het dagelijks leven uiteraard moeilijk was. Eten werd geleverd door de UN, maar dat stelde niet meer voor dan slechte rijst en als je vlees kreeg, was het een vettige homp uit blik.
Gemiddeld waren er 300 raketaanvallen per dag! GEMIDDELD! Dat beteken dat er soms 10, en soms 2000!!! raketten vanuit de omringende bergen afgevuurd werden. Elke dag lagen er lichamen waaronder die van kinderen op straat. Neno leefde in een bovenverdieping van een flat, maar sinds de aanvallen was dit onmogelijk, en dus zat hij samen met buren (Bosniakken, Kroaten en ook Bosnische Serviers, die zichzelf als Sarajevo inwoners voelde) 4 jaar lang in de kelder. Om die tijd door te komen was humor belangrijk. Neno verteld dan ook dat zijn moeder elke dag naar haar werk ging op hoge hakken. “Mam, waarom ga je op hoge hakken? Je moet kunnen rennen als we gebombardeerd worden!”. Waarop zijn moeder alleen zei: “Schat als ik doodga, wil ik er goed uitzien!”.

De tour neemt ons door de stad langs allerlei belangrijke plekken. Zo zien we de plek waar Frans Ferdinand vermoord is:

De vele Moskeeen en Ottomaans beinvloede gebouwen en plekken verspreid in de stad waar op de grond een “Red Rose” ligt.

Het is een “verf tekening” van iets wat meer op rode bloedspetters lijkt dan een rode roos, getekend op de grond om aan te geven dat tijdens de oorlog op deze plek meer dan 3 mensen tegelijkertijd omgekomen zijn. Dan lopen we langs de markt, waar in 1995 een raketaanval voor de grootste hoeveelheid slachtoffers in 1 x zorgt. Deze aanval, en de val van Srebenica (waar later meer van) is aanleiding voor de international gemeenschap om eindelijk hun politieke instelling drastisch te veranderen. De Rapid Reaction Force wordt opgezet, gesteund door NAVO bombardementen in de heuvels rondom Sarajevo. De Serviers zijn gedwongen op te geven en de oorlog is ten einde. Het Dayton treaty, een toen tijdelijke verdrag, wordt getekend waardoor vrede en stabiliteit terugkeren in Bosnie Herzegovina. Bosnie blijft 1 staat maar is opgedeeld in 2 entiteiten, de Federatie van Bosnie-Herzegovina en de Republiek Sprska. Het kwartje valt nu, toen wij de grens overgingen en dachten dat wij in het verkeerde land waren, kwamen we eigenlijk de grens over in de Republiek Sprska waar alleen hun vlag en niet die van Bosnie hing. Sprska beslaat 49% van het gehele land, voornamelijk in het noorden en oosten. Ondanks dat beide delen hun eigen bestuur hebben is er 1 centrale regering, staatsbank en justitiele rechtspraak.

Voor Neno is het een therapie om over deze mooie stad te praten. Hij zegt ook dat het jammer is dat zoveel mensen niet naar Sarajevo of Bosnie komen. De eerste gedachte bij de meeste toeristen is toch de oorlog en de genocide, maar Bosnie heeft veel te bieden. Alleen al aan natuur en cultuur, maar bijvoorbeeld ook goedkope maar relatief goede wintersport gebieden. Helaas is het voor de jongeren in Sarajevo zwaar, met de grootste werkeloosheid voor jongeren tussen de 20 en 30 in heel Europa, zijn de meeste jongeren gedwongen om Bosnie te verlaten.

Erik en ik nemen afscheid en zijn toe aan een stevige maaltijd. Vanwege de ottomaanse invloeden is de keuken hier net als in vele andere omringenden landen, gebaseerd op wat je in Turkije kan eten. En dat betekent vlees, veel vlees! Voor de vegetariers is het dan ook zonder grappen, echt moeilijk, een plek te vinden waar je vegetarisch kunt eten. We zitten met een Bosnian Coffeen en Turkish Tea aan de Cevapi, gegrilde worsten met daarbuj een heel vet in olie gebakken brood, om daarna nog een lekker toetje on the side te verwerken; baklava en een geschilde appel die uitgehold is en gevuld is met noten e.d.  Even uitbuiken in het hostel om daarna naar de 11/07/95 Srebenica exhebition te gaan.

Roken is hier de normaalste zaak, ook als de asbak naast je bord mixed grill ligt, die op het punt staat uitgeserveerd te worden. 

Tijdens de oorlog hebben de Boschnische Serviers zich vergrepen aan etnische zuiveringen in heel Bosnie. Met name de moslims werden op brute wijze gemarteld, vermoord en verkracht. Er zijn 400 massagraven gevonden en op dit moment wachten nabestaanden nog steeds op identificatie van hun vermiste geliefden. Srebenica staat bekend als de stad waar binnen enkele dagen meer dan 8000 mannen vermoord werden.

De expositie is niet veel groter dan 2 huiskamers met voornamelijk zwart wit foto’s van de massagraven, het bewijs, de DNA testen, de Srebenica moeders en refugee kampen. Zeer indrukwekkend... we zijn er stil van.
Wat kan ik zeggen over Srebenica? Net als de raketten van Sarajevo, kan ik mij als kind de beelden van de blauwhelmen herinneren, maar wat er precies gebeurd was, ik weet het niet. De expositie is er op uit om Srebenica en de genocide niet te vergeten en mensen op de hoogte te brengen van de verschrikkelijke daden deze oorlog. Elk verhaal heeft 2 of meerdere kanten en elke kant heeft soms wel 2 of meerdere andere verhalen.

Voor mij en Erik als Nederlanders is het misschien wel een beetje vreemd om hier rond te lopen. We weten allemaal door het nieuws van de afgelopen jaren dat Kolonel Karremans en ook de ongeveer 600 Dutchbat soldaten aangeklaagd zijn door de nabestaanden van de 8373 moslim mannen. Ze hebben gefaald in het beschermen van de bijna 20 duizend mensen. Ik voel een vorm van schaamte opkomen. Helemaal wanneer ik geconfronteerd wordt met foto’s van graffiti die in de slaapkamers van sommige Nederlandse soldaten gevonden zijn. Teksten die bijna racistisch en vernederend overkomen, gedoeld op de Bosniers.

Er zullen mensen zijn die vinden dat Karremans en de Nederlanders te laf waren geweest, dat ze meer hadden moeten doen. Maar als ik dan hoor dat er maximaal 600 Nederlanders tegenover 25 duizend(!) Servische soldaten met tanks, artilerie en ander geschut stonden, dan begrijp je waarom ze geen schijn van kans hadden. Nederlanders die in opdracht van de VN een vredes missie hadden en niet het gevecht mochten aangaan en op de momenten dat ze het nodig hadden, geen luchtsteun of andere steun van de VN kregen. Ze werden beschoten door de Serviers. Jonge mannen en vrouwen van rond de 25 jaar, soms jonger, uit een rijk land die nog nooit oorlog hadden meegemaakt. Ik zou niet in hun schoenen hebben willen staan. De schaamte is onterecht, tenminste onterecht gericht. Met alles wat ik vandaag te horen en gelezen heb gekregen kan ik alleen maar concluderen dat wij, als internationale gemeenschap, als VN, ontzettend gefaald hebben. En pas bij die gedachte kan ik de schaamte wel een plekje geven.

Erik en ik verblijven 2,5 uur lang tussen de foto’s en alle namen van de omgekomen mensen bij Srebenica. We kijken naar een video die een uur duurt. In een timeline wordt alles uitgelegd, er komen oude nieuwsbeelden terug van Mladic die met een glimlach het verlaten dorp Srebenica inneemt. De groepen moslim mannen die afscheid moeten nemen van hun vrouwen, zussen en dochters en de bossen invluchten, wetende wat er te wachten staat. Mladic die Karremans tijdens een van de gesprekken in een hotel vraagt of ze liever “overleven of verdwijnen”. Mladic die snoep uitdeelt aan dan lachende moslimkinderen, puur voor de televisie. Even later worden de kinderen vermoord. Beelden van bussen die aan komen rijden om de vrouwen en kinderen af te voeren. Mannen moeten afscheid nemen. Er is afgesproken met Dutchbat dat dit nodig is om ze te screenen om achter te halen wie oorlogsmisdadigers zijn. Maar als de paspoorten en alle persoonlijke spullen verbrand worden terwijl de mannen in scholen en gymzalen dagen lang moeten wachten, is het duidelijk dat hier geen sprake van is. Het is een fabriek, een machine, een systeem, gepland en uitgekiend. Iedereen wordt ge-executeerd. En dan de meest heftige beelden, de executies zelf. Mannen worden in rijtjes opgesteld, voor hun een graf, soms zelf gegraven. Twee servische soldaten staan per rij met hun machine geweer, de voorste moslim krijgt de opdracht enkele stappen naar voren te nemen. Dan 2, 3 kogels in de rug. Het levenloze lichaam valt neer. De volgende wordt verzocht naar voren te stappen. Met hun handen vastgebonden op hun rug met wat aluminium draad... het is volledige stilte, tot  er weer 2 kogels door het lichaam schieten. Ditmaal blijft de man staan. Nu de taak aan de 2e soldaat om de opdracht te voltooien. 

We hebben dan nog een rondleiding van een jonge meid die ons verteld over de foto’s. Na de rondleiding blijven Erik en ik en een andere vrouw nog even hangen. We praten over de toekomst van Bosnie en de jeugd. Het tijdelijk verdrag is nog steeds “tijdelijk”. Men durft niks te veranderen uit angst dat er weer een oorlog ontstaat, want relaties tussen de Bosnische Serven en de Kroaten en Moslims zijn er niet beter op geworden. Dat blijkt ook uit de social media. Ik had gehoopt dat met een aantal generaties de jeugd vrijer zou worden, maar ze worden nog te sterk beinvloed door de vorige generatie. Bosnie wordt geleid door 3 presidenten, elke etniciteit stelt 1 president aan. Goed voor de democratie, slecht voor het doorhakken van knopen. Waardoor o.a. het leersysteem nog steeds verouderd is. Verschillende scholen voor de Katholieken, moslims en orthodoxen, en dus leren ze allemaal een ander stuk geschiedenis en blijft de haat voor elkaar bestaan. Zelfs op plekken waar 1 gebouw bezet is door 2 scholen: 1 klaslokaal verder wordt dus hele andere geschiedenis geleerd. Het schoolplein heeft zelfs een hek, zodat de 2 groeperingen niet kunnen mengen. Ik snap het echt niet, nou, ik snap het wel, maar het is ongelooflijk dat dit nog in 2015 gebeurd.

Erik en ik gaan de kroeg in, we zijn toe aan bier. Niet omdat we willen drinken, wel omdat vandaag een gigantische indruk op ons heeft gemaakt en we zijn er nog niet over uitgepraat. Dan begint de voetbalwedstrijd Bosnie – Wales. Bosnie wint met 2-0, het is feest, en dat sluiten wij af in het hostel met onze Ozzie vrienden die wij Nederlands leren en er worden drankspelletjes gespeeld. Erik en ik zijn de oudste en doen mee maar drinken niet want we moeten morgen weer 8 uur lang op de GS. Gelukkig een licht einde aan een zware dag.

Als ik in bed lig schieten de beelden nog door mijn hoofd. Dezelfde gedachtes en gevoelens die ik ervaarde toen ik 2 jaar terug in Auschwitz was. In het museum vandaag maakte ik nog de opmerking: “Over 20 jaar, bezoeken wij waarschijnlijk een expositie met daarin zwart witte fotos van de gruwelijke daden die nu in Syrie gebeuren.”

Ik wil deze blog eindigen met een quote van Primo Levi, want hij had en heeft nog steeds gelijk.

“It happened, therefore, it can happen again.” – Primo Levi, Auschwitz survivor. 

“Gepast tempo”

Dag 16

Het klokje rond geslapen, iets wat we de hele vakantie nog niet hebben gedaan. Ik was eigenlijk al vroeg wakker maar hoorde de regen op de tent kletteren, dus heb me toch nog even omgedraaid, wat zijn vruchten heeft afgeworpen. We stappen de tent uit en worden begroet door een klein lief witte puppy die alleen maar wil spelen met ons. Het is droog maar dikke grijze bewolking dreigt in de lucht en we besluiten nogmaals de plannen om te gooien. We gaan nu het nog droog is de tent inpakken, rijden even door het park en besluiten een dag eerder naar Sarajevo te gaan. Onze waakpup rent nog een stukje achter ons aan maar beseft dat wij hem niet gaan meenemen.


Ook vandaag duurt de rit weer langer dan verwachten door alle bochten waar we niet sneller dan 40km/u doorheen kunnen rijden en bovendien is er geen snelweg. Het uitzicht over Montenegro is gaaf, zelfs met de wolken die af en toe het zicht belemmeren, maar we kunnen de baai met daarin een groot cruise schip zien. Als we beneden in de baai komen geeft de navigatie aan dat we over 1km linksaf het water overgaan. Pas als we de hoek omrijden zien we dat het een veerboot is! Uiteraard hebben we geen contant geld, dus speciaal voor de veerboot pinnen we bij de dichtsbijzijnde bank 5 euro om de pont te betalen.

We klimmen weer de bergen in maar ditmaal beginnen de wegen wat meer op een autobaan te lijken en zijn het wat langere bochten waar we de snelheid weer kunnen oppakken. Voor we het weten staan we bij de grens van Montenegro en Bosnie i Hercegovina. Montenegro laat ons zo door en de hoek om staan we bij de grenswachter van Bosnie, althans dat hoopte we. Want in de verte zie ik een Rood Blauw Witte vlag bij een bord hangen: Welcome to the Republic of Srpska. “Srpska?!” Is dat lokaal voor Servie!? Nee he.. zitten we in het verkeerde land!? Ik snap er even niks van, we komen de grens over en ik zeg tegen Erik dat we maar gewoon even moeten doorrijden om te kijken waar we precies zijn. Maar als ik meerde auto’s met de bumperstickers “BiH” zie rondrijden geloof ik dat we toch in Bosnie zijn.

In de verte zien we de regen uit de lucht vallen dus we bereiden ons voor om onze snelheid toch weer enigszins aan te passen. De wegen blijven van prima kwaliteit met mooie lange bochten en we gaan langzaam weer het gebergte in. Het is bijna niet voor te stellen, maar nadat we eigenlijk Montenegro hadden uitgeroepen als mooiste stuk om te rijden, moeten we dit oordeel opnieuw aanpassen. Bosnie is echt supermooi om te rijden! De eerste heuvels die we doorkruisen zijn bezaaid met herfstgekleurde bomen. Ik moet even stoppen om dit te aanschouwen, het lijkt wel alsof je in Canada rondrijdt waar allerlei soorten bomen in rood, geel, oranje en bruin gekleurd zijn. Dan moeten we ineens vol op de rem, er staat een rij auto’s stil. We horen veel geloei en bellen die luid rinkelen... er komt een stormloop van koeien op ons af met daarachter zijn herder en zijn 3 honden. De koeien hebben flinke hoorns en op een motor is het toch wel bizar als ze zo dichtbij komen. Zodra de koeien weg zijn komt de volgende stoet, schapen en geiten ditmaal, ik durfde ze niet te tellen uit angst voor slaap, maar het zullen er zeker 100 geweest zijn.

Als we eenmaal door kunnen rijden zien we nog kilometers lang de keutels op de weg liggen, die hebben dus al een behoorlijke afstand afgelegd.  De heuvels worden ondertussen bergen en wij dalen dan langzaamaan het ravijn in. De bergen zijn gigantisch hoog, althans zo voelt het, want we rijden voornamelijk door een kloof met een 2 baans weg die de kleine rivier volgt en vlak naast ons de steile antraciet grijze bergwanden met op de toppen groene naaldbomen.

Met nog een uur te gaan zijn we het toch wel ff zat en besluiten even bij een wegrestaurant te zitten. Even wordt een uur en met een volle buik van een schaal mezze, stappen we weer op. De regen komt nu met bakken uit de lucht en helaas begint het nu donker te worden. Beide merken we dat het echt niet prettig rijden is als de regendruppels op je vizier zitten, je vizier van binnen bemist, je continue nog bochten moet maken, en je niks kan zien door de remlichten voor je en de lichten van de tegenliggers, wat resulteert dat sommige stukken weg inclusief enkele bochten puur op de gok en op gevoel gereden worden, op gepast tempo uiteraard. Na een vermoeiende 1,5 uur rijden komen we de grote stad Sarajevo binnen rijden. We konden ons er niks bij voorstellen, maar rijden vanaf de heuvels aan de Noordkant de stad in. Wat een grote stad die zich helemaal verspreid over het dal en de heuvels erom heen, een waanzinnig uitzicht met alle verlichting, zelfs in de regen.

We knallen in ons hostel neer, nemen een warme lange douche en sluiten de avond af met een kleine snackje on the side en, gek genoeg, een klein biertje of 3 samen met een grote groep Ozzies. 

"1001 bochten"

dag 15

De wekker gaat deze keer om 06:30 en we zitten een uur later klaar op de motor, nog nooit waren we zo snel. De douche is daarbij wel overgeslagen en ook geen ontbijt! De reis vandaag brengt ons richting NoordOosten naar Kosovo net onder Pristina om dan ZuidWesten te gaan richting Tirana in Albanie, om daarna weer Noordoosten te gaan naar onze bestemming Lovec National Parc in Monte Negro.
We hebben sinds we Roemenie verlaten hebben geen snelweg (op 10 minuten na bij Sofia) gezien en alle hoofdwegen zijn hier 80/90kmu 2baans wegen met de nodige bochten. Het hele gebied zit hier vol heuvels (noem het voor ons Hollanders rusig bergen) en echte grote bergen, en dus veel bochten, bruggen en tunnels.
Bij de grens van Kosovo komen alle papieren weer tevoorschijn, ik haal alles eruit en stop alles terug om 10m de hoek om te rijden de douane van Kosovo gedag te zeggen, nog steeds mijn lesje niet geleerd en dus kan alles weer uit en af. “This your first time Kosovo?” Ja antwoord ik. “Ok you need to buy insurance because Kosovo is not on the green card”. Lekkere planning Heijmans, je bent al 8 jaar bezig met deze reis en te lui om even te kijken of alle landen wel op de groene kaart staan!!! Kosovo is de laatste aanwinst van de EU en ligt omringd door landen niet non-EU zijn en misschien dat deze daarom niet op de groene kaart staan. Gelukkig is de verzekering zo gepiept en voor 10 euro p.p. mogen we Kosovo door.
2 uur later sluiten we aan in de stoet auto’s bij Albanie. Voor ons allerlei auto’s met rood-zwarte vlaggetjes. We zeggen nog tegen elkaar dat deze landen hier wel heel trots en vaderlandslievend zijn. Dan stapt een man uit de volkswagen voor ons en loopt op ons af: “Gehen sie auch zum spiel”? Ik kijk hem aan en hij heeft door dat we niet uit Duitsland komen. De man verteld dat hij in Munich woont maar afkomst uit Albanie is en of wij ook naar DE grote wedstrijd Albanie-Servie gaan.

DE wedstrijd want de Serviers en Albaniers zijn geen beste vrienden door de geschiedenis heen en al helemaal niet sinds Kosovo een zelfstandig land is geworden waar de Serviers het helemaal niet eens mee zijn maar de Albaniers wel. Wat wij dan nog niet weten is dat de spelersbus van Servie de avond ervoor bekogeld is met stenen en dat deze wedstrijden vaak uit de hand lopen. Eenmaal de grens over, gelukkig deze keer geen problemen, is er elke 5 a 10km politie te zien die auto’s stopt met voetbalvlaggen. Het tankstation waar wij even gaan zitten om te lunchen zit vol supporters voor Albanie en er wordt keiharde muziek gedraaid die ons meer doet denken aan het Euro Song Festival maar duidelijk aanwezig is om de sfeer te verhogen. Terug op de motor neurien wij het nummer nog urenlang na omdat dit het enige nummer was wat continue herhaald werd.

Door de regen rijden we verder en komen uiteindelijk de grens bij Monte Negro over. Het weer is wisselvallig maar de omgeving is fantastisch. De bergen zijn erg rocky-achtig en geweldig mooi. Onze navigatie neemt ons helemaal de bergen in naar hoogtes boven de 1000 meter. Het is een eenbaans weg en zelfs een smart zou moeite hebben met zijn 4 wielen de baan op te blijven. Links van ons alleen berggesteente, rechts van ons een diepe stijle klif met heftige puntige rotsen. Om de 2 tot 5 meter hebben we bocht die minimaal 45 maar meestal zo’n 180 graden draaien is. De ene bocht naar de andere, en binnen 2 uur tijd hebben wij nog nooit zoveel bochten in onze hele motorcarriere gereden als nu. We rijden de wolken in en uit en kijken uit over bergpunten die net boven de wolken uitsteken. Het uitzicht is fantastisch, maar tijdens het rijden kan ik me alleen focussen op de slechte kwaliteit weg vol met gaten en gravel. Met af en toe een koe of een geit op de weg, de regenval en de mist vraagt dit stuk rijden alle aandacht en energie. Op dat moment ben ik blij met mijn paar trainingen bij de KNMV en mijn laatste offroad training.

De truc blijft de bochten door te kijken en vooral je snelheid laag te houden en niet te gek te doen met de remmen en vertrouwen in de motor te hebben. Het is zachtgedrukt hard werken, maar het geeft bijzonder veel voldoening, vooral wanneer we na 2 uur de wolken weer uitrijden en de klif naast ons niet meer zo stijl is en het zicht voor ons verandert van mist naar een prachtig gekleurd meer met groene bergen en zelfs de zon die af en toe doorbreekt.

Volgens onze navigatie komen we om 6 uur aan, onze dag duurt nu al 3 uur langer dan gepland door alle bochten. Want 80km/u gingen wij nooit halen, hooguit 30 en zelfs dan moest je soms nog de rem in! Om 5 uur rijden we een dorp in, we doen even snel boodschappen en dan krijgen we te horen dat we niet kunnen pinnen. De eieren, 200gr spek, kaas, bier, brood, chocola, koekjes, banenen en boter kosten 15 euro en dat heb ik nog net in mijn broekzak zitten maar dan zijn onze euro’s echt bijna op. Nog een half uur en dan rijden we het Lovec park binnen. Bij de slagboom staat een parkwachter die ons vriendelijk groet. Per persoon 2 euro en nog eens 3 euro voor het camperen. We zitten onder budget en nu helemaal, perfect. Met mijn helm op vraag ik of we kunnen pinnen met card” waarop ik ja hoor, mooi! De helm gaat af en ik haal mijn card tevoorschijn.. nee da tkan niet. We zijn lekker bezig de afgelopen dagen! We sprokken alle munten bij elkaar en Erik kan nog net een vijfje vinden, de man zegt dat dat prima is en dat we gratis mogen kamperen. Ik vraag nog even hoe het met de bruine beren zit die hier leven, maar de man snapt de vraag niet en ik ben te moe om een bruine beer na te doen, dus we rijden snel door.

Het kost ons even moeite om een plek te vinden en de regenpakken zijn op dit moment uit want het is te heet en nu nog droog, maar we hebben er al gauw spijt van want binnen no time komt het met bakken uit de lucht waardoor we in de regen ons staan om te kleden, terug in het regenpak, eigenlijk al te laat. Ik begin chagrijnig te worden, ook omdat de navigatie ons eerder al verkeerd stuurde maar Erik sleurt mij er doorheen. We vinden een plek midden in het park en zetten in de regen de tent op. Dan rijden we een stukje terug omwat eieren te bakken met spek en kaas, ik maak van een houten stok met mijn zakmes nog een pollepel en het survivielen met het enigszins wild kamperen is begonnen.
Met een volle buik en een klein biertje duiken we ons bed in. Erik ligt op zijn tank van een luchtbed, ik op mijn rieten matje wat nu ook lek blijkt te zijn. Ik hoop dat morgen de pech over is of dat ik vannacht door een bruine beer mijn tent uit gesleurd wordt... er is ook al geen Wifi hier!!! ;)

Wel een melkweg

"Witte Kaart"

Dag 14

Ik heb veel vliegtuigen horen opstijgen, maar dit was echt niet normaal. Alsof ik op de polderbaan lag te slapen met 2 uur lang een stroom van Boeing’s die maar bleven opstijgen. Het was misschien niet eens het geluid maar meer de trillingen van het Bas geluid wat uit de keel of neus van onze Buddha kwam. Mijn oordoppen waren er alleen maar voor de sier, ik had net zo goed 2 speakers van de Ziggo Dome in mijn oren kunnen doen. Douchen overslaan, aankleden, snel ontbijtje en maar hopen dat de motor van Erik deze keer wel start. 


Poging 2 richting de grens.. we rijden hetzelfde stuk en ik kan het bijna zonder navigatie rijden. Zodra we de 2 vlaggen zien passen we onze snelheid aan. Erik maakt zich ditmaal geen zorgen en ik eigenlijk ook niet, we zien wel waar we terecht komen. Erik gaat voorop, hij handigt zijn paspoort en zijn kentekenbewijs in en dat wordt allemaal geaccepteerd. Mooi dit ziet er goed uit. Dan nog even de “Green Card”, het internationale verzekeringspapiertje. Erik handigt zijn witte formulier over... “No, the Green Card”. Erik kijkt me aan en dan terug naar de man, “Yes this is my green card”. “No this is white, it shoudl be green”.

Erik heeft een online verzekering en die stuurt je een PDF die je zelf moet uitprinten en dus handigt Erik een wit A-4tje over. De man zegt “Not possible in Macedonia” en probeert uit te leggen dat zijn broer dit ook had kunnen printen. Ik geef hem geen ongelijk maar dat staat los van het feit dat Erik wel een legaal document heeft. Maar het ziet er weer niet goed uit voor ons. Dan haalt Erik zijn tablet erbij met daarop zijn PDF file; een groen document. Hij mag mee naar binnen, praten met de chef, ditmaal weer een vrouw. Ze moeten allemaal lachen omdat het er best fancy uit ziet, maar het is geen papieren groene kaart en dus komen we het land niet in.
“Fuck, dit ga je niet menen”. 
“You are ok, he not, he buy there 15 days” in belabberd Engels. Ze wijzen naar een klein huisje net over de grens. We kunnen een verzekering voor 15 dagen kopen! We gaan er direct heen, 15 dagen voor 50 euro... niet goedkoop maar nu even het geld waard. Pinnen kan alleen niet... Nou dit gaat lekker, tuurlijk hebben we geen lokaal geld op zak dus er zit niks anders op dan voor mij om op de motor naar het dichtsbijzijnde dorp te rijden en genoeg geld te pinnen. Ik ben een uur weg maar kom terug met het bedrag en een beetje meer, just in case! 10 minuten later zitten we op de motor en heeft Erik een papiertje met wat gekrabbel erop wat niet mer lijkt dan 2 velletjes WC-Papier met wat pennenstrepen, maar het is genoeg om de grens over te gaan! Yes eindelijk in Macedonie!

De regenpakken gaan aan, ditmaal op tijd want het ziet er grauw en grijs uit. Vanaf dan alleen nog maar regen en dus  wordt de snelheid naar beneden gebracht. We komen uiteindelijk 28 uur later dan gepland aan in Skopje en besluiten niet onze jokerdag in te zetten, dat betekent maar 1 nacht hier. Vermoeid komen we in ons hippie hostel waar de schoenen uit moeten, maar het is verder een prima hostel. Van Skopje hebben we weinig gezien, door de vermoeidheid en regen zijn we toe om te chillen. Wat we gezien hebben was mooi en we komen graag nog eens terug, maar de rest van de avond is het relaxen en de blog bijwerken. Het weer wordt ook even gechecked en het ziet er helaas niet goed uit voor de rest van de vakantie. 

“Murphy’s Law”

Dag 13

Het is vandaag Vrijdag de... nee wacht het is Dinsdag de 13e... nee ook niet, het is dag 13 en dat is toevallig dinsdag. Niks aan de hand dus. Rustig opstaan, want we gaan Sofia verlaten en door naar Skopje in Macedonie., ons 8e land alweer! Stevig ontbijtje erin en dan nemen we rustig afscheid van een heerlijk hostel en de lieve mensen hier. Het is maar 2,5 uur rijden dus hebben we geen haast. De motoren staan geparkeerd op een binnenplaats. Zodra we de motoren starten gaat de grote deur al open en ondanks dat we nog niet helemaal klaar zijn, rijden we het terrein maar af om even op de straat de laatste checks te doen. Alles mee en ingepakt? Rem hydraulische vloeistof, olie goed? Check! Oh shit, de Scala Riders (Ons communicatie systeem waardoor we tot 1,5km met elkaar kunnen praten) moet nog gesynchroniseerd worden. De motoren even uit want soms duurt dit een minuutje. “Rider B connected” hoor ik in mijn oortjes, en ik start de GS en rij rustig de straat uit, wetende dat Erik mij achterna rijdt. Maar het blijft rustig dus parkeer ik 100m even op de hoek. 3 minuten later nog niks, “hmm, er klopt iets niet”. Dan zie ik Erik al op  me aflopen met zijn helm af, dat is geen goed teken. Zijn motor wil niet starten en het lijkt of een probleem met de startmotor of de accu te zijn, ik hoop het laatste. Terug naar het hostel, startkabels worden er bijgepakt door de zeer vriendelijke heren en de motor wordt na een klein duwtje terug de binnenplaats op gekoppeld aan het “defribileer systeem”. De Auto ronkt en Erik drukt de startknop in, een “Tikketikketikketikketikketiktiktiktiktik” geluid volgt maar onze patient komt niet tot leven. Ik heb vaak genoeg met dit probleem gezeten en zeg dat we de accu even 10 minuten moeten geven om een beetje op te laden. Ondertussen komt de eigenaar van het hostel erbij en die is erg geintereseerd in onze motoren en of hij meer kan doen voor ons en al gauw hebben we het over de specs van onze motoren, hoeveel versnellingen, hoeveel PK en hoe groot is de benzine tank. 3 minuten gaan voorbij maar voor Erik duurde dat al 20 minuten en zegt hij dat hij nogmaals de startknop in gaat drukken. Ik zeg nog wacht nou nog even, maar het eerstvolgende wat ik hoor is een luid gebrom uit een kuchende uitlaat en een motor die als een naaimachine ronddraait. “YES, toch alleen de accu!”, we kunnen gaan met maar een half uur vertraging! Met handgeschud en schouderklopjes nemen we nogmaals afscheid en zijn we onderweg naar Skopje!

We rijden weg uit Sofia en zodra we het centrum uit zijn schrik ik me werkelijkwaar kapot! “FUCK!” roep ik door de intercom waarop Erik alleen maar kan zeggen: “Wat? Wat is er?!” Nogmaals “Fuck fuck kut he shit!!” “Wat dan dude, wat is er!?” “Ik ben vergeten een magneet te kopen!!!” Ik vond het altijd zo verschrikkelijk als ik bij mensen thuis over de vloer kwam en dat dan hun hele koelkast onder die lelijke magneten zaten met alleen maar een stad of een land erop gedrukt, of een te gekleurde afbeelding van het Empire State met daaronder I (heart) New York. Ik ben er helaas 1 van geworden en dus was mijn extra doel, magneten scoren van elk land waar we in ieder geval geslapen hebben en op Wenen na (te kort geweest om een magneet te kopen in de avond) heb ik nu alle magneten. Dus onderweg bij elk tankstation langs om een magneet te scoren... niks. Ik besluit op te geven en maar een magneet via eBay te scoren.

We rijden de bergen in en zijn heel dicht bij een speciaal moment. De kilometer teller van Erik staat op 99995 en het is nog maar 4 km naar de grens! Dat betekent dat we op 99999 in Bulgarije staan en op 100000 in Macedonie, een foto waard! Dan zien we 2 grote vlaggen hangen, de Bulgaarse en de Europese vlag, dat zal de grens zijn! En ja hoor, de Bulgaarse douane, ze vragen om ons paspoort. De motor gaat uit, de handschoenen gaan uit, de helm gaat af, de oordoppen gaan uit, de tankbag gaat open en daar verschijnt dat belangrijke rode boekje. Na een korte check kunnen we doorrijden, en dus in bijna omgekeerde volgorde gaat alles weer terug en aan, het paspoort stop ik terug, de oordoppen gaan in, de helm gaat op en de handschoenen gaan aan. We rijden 10 meter verder en om de hoek weer een stopbord, shit, stom natuurlijk, bordercontrol van Macedonia (Makedonie uitgesproken met een K). En weer begint het riedeltje die we onderhand kennen. De man vraagt met een nors gezicht om mijn paspoort en het kentekenbewijs en groene kaart. Ik lever alles rustig in en dan loopt dezelfde man naar Erik. Erik is nog druk bezig met zijn tankbag en ik wacht rustig af. Maar dan zie ik in mijn spiegels de blik van Erik en besef dat er iets mis is, zijn paspoort is al overhandigd maar hij kan zijn kentekenbewijs niet vinden. Waar ik nog een oud papiertje van heb, heeft hij al de nieuwe plastic kaart. We moeten de motoren even aan de zijkant zetten en Erik haalt alles overhoop... niks. “Dit kan niet!? Ik heb het nog gechecked voordat ik wegging”. Maar de enige groene pas die hij heeft is van zijn auto. Zonder komen wij er niet in. Dan komt de man terug en vraagt: “Where are they?” “We don’t know, we must have lost them in Bulgaria.” Niet helemaal waar want dit is pas de eerste keer dat we uberhaupt een kentekenbewijs moeten laten zien. Het is dan ook de eerste keer dat we de EU uitgaan en een land ingaan wat daar helemaal los van staat. Dit is allebei eigenlijk nieuw voor ons, waar dit misschien 30 jaar geleden normaal als je zelfs bij Nederland de grens over ging, ga je tegenwoordig overal heen zonder een paspoort en al helemaal niet je kentekenbewijs te laten zien. De klok tikt door en ondertussen is er een change of shift, de man die ons “hielp” pakt zijn dikke automatisch geweer en laat dit overduidelijk aan ons zien terwijl hij ruilt met zijn collega. Behulpzaam en aardig zijn de laatste woorden die ik nu zou gebruiken om deze mensen te omschrijven, en Engels spreken ze ook al niet behalve het woordje “No”.

Een uur gaat voorbij en ondertussen liggen alle tassen open, alle pasjes en papieren op een stoepje en heeft Erik al gebeld met Lies, met zijn broer en zijn pa; of de kaart misschien toch thuis in Utrecht of bij zijn ouders in Arnhem ligt?! “Dit kan echt niet wat er ook gebeurd we moeten dit land in, het spijt me echt zo erg dat ik nu de vakantie verkloot”. Ik zeg dat mij dit ook had kunnen overkomen en dat er nu niks aan te doen is, we gaan terug naar Sofia kijken of we nog plek in het hostel hebben, gelukkig is het maar 1,5 uur rijden en dan zien we verder. De man loopt met onze papieren naar binnen en dan komen er 2 chefs naar buiten lopen, 2 stevige vrouwen. Met alle respect, maar best bijzonder dat in dit soort landen hier 2 vrouwen boven deze mannen staan. Ze voeren duidelijk het gezag en spreken gelukkig ook een klein woordje Engels, met een lieve moederlijke lach krijgen we echt te horen dat Macedonie het niet kan accepteren als de papieren niet op orde zijn. We moeten op dit moment terug Bulgarije (En dus terug de EU in) in en Erik voelt zich behoorlijk klote. We rijden 1 meter Macedonia in, slaan linksaf, terug richting Border control van Bulgarije. De km teller van Erik staat dan nog steeds op 99999.

“Where have you been?” vraagt de Bulgaarse man, waarop ik hard moet lachen en zeg “Macedonia for about 10 seconds”. De man lacht terug en zegt dat hij ook een GS motor heeft maar dat de zijne het niet doet. Prima, een gespreksonderwerp waar we het over kunnen hebben, in de hoop dat ook zij niet moeilijk gaan doen over de papieren van Erik, maar het interesseert ze weinig. Welkom terug in de EU.


Erik voelt zich echt schuldig maar wat mij betreft hoort dit bij het avontuur en we zijn niet voor 1 gat gevangen. We kunnen een nieuwe pas aanvragen en laten sturen naar Nederland maar dat kan niet langer dan 3 dagen duren anders moeten we terug, helaas via dezelfde landen waar we op de heenweg zijn gekomen. C’est la vie, het is een Epic journey en daar horen dit soort avonturen ook bij. We komen terug in het hostel en worden vreemd aangekeken, “What happened”. “They wouldn’t let us in”... Gelukkig is er plek maar eerst gaan we aan de slag. Erik belt nogmaals met thuis, controleert al zijn spullen terwijl ik al met de RDW aan de lijn zit en ook de Embassy in Sofia, deze laatste kunnen helaas niet helpen. De RDW zegt dat zij alleen naar een Nederlands postadres kunnen sturen, ik bel ook nog met DHL en die kan binnen 24 uur leveren, maar dan moeten we eerst op PostNL wachten en dat kan mogelijk 5 dagen duren...

“Shit... waarom heb ik hier niet eerder aan gedacht?” Erik krijgt een halve glimlach op zijn gezicht en laat 3 groene papiertjes zien. Het zijn de oude papieren documenten, precies zoals ik ze heb. Er staat geen houdbaarheids datum op... we kijken mekaar aan en denken en zeggen hardop het zelfde!
“Morgenvroeg gaan we het proberen”
“Vanavond”gaan we het proberen”.

“Nee Erik, we gaan het echt niet vanavond proberen”. Ik krijg gelijk maar met moeite, het enthiousiasme druipt er vanaf en ik vind het eigenlijk ook geweldig nieuws! Voor de zekerheid bij de RDW een nieuw pas aangevraagd maar morgen gaan we doen alsof we de papieren alsnog gevonden hebben. Nu eerst even wat spullen op de kamer leggen, “Wil je een kamer met snurker of zonder?” Ik zeg dat het mij niet uitmaakt en al heel blij ben dat we heir mogen verblijven, een munt bepaalt het lot en we gaan naar een kamer met snurker, prima ik doe mijn oordoppen toch in. We komen onze kamer op en stellen ons voor aan onze kamergenoten, een mexicaan van onze leeftijd en een Chinees die als Buddha op bed lag, op zijn zij, zijn benen gekruisd en zijn bolle buik die net buiten zijn shirt hing. “Welke denk jij dat de snurker is?” vraagt Erik mij. De Chinees... duidelijk de Chinees.
Tijd voor een welverdiend biertje en dan vroeg slapen.