#MotorAan Epic Eastern Europe

Laatste Zon

Dag 12

Aan het ontbijt ontmoet ik 2 Engelse jongens. Zij vragen me waar ik vandaan kom en ik leg uit waar Arnhem ligt en vertel over A Bridge Too Far, iets wat de Engelsen normaal genoeg zegt maar deze jongens zijn een generatie jonger. Dan vraag ik hetzelfde terug en ze zeggen in de buurt van Londen, “Yes, but where exactly”, “Oh about 40 minutes south”. “Sure, but what is it called”. “Oh it’s only a small village you wouldn’t know”. “Try me…”. “It’s called Horley”.  Ik moet lachen en de jongens kijken me verbaasd aan. Ik heb daar vanaf 2005 tot 2007 gewoond en daarna nog 2 jaar in andere steden/dorpen. Sterker nog, 1 van de jongens woonde in dezelfde straat als ik... “It’s a small world after all”. We spreken af dat we als ik in de buurt ben op een vrijdag dat ik dan even de Jack Fairman pub in kom om hallo te zeggen.

Tijd voor onze 4e Free Walking Tour. Sofia... waar moet ik beginnen?
Allereerst was onze Tourguide Ani laat. Goede start dit maar dit had een reden waar ik zo op terug kom. In het kort: Sofia, begonnen als “Serdica” vlak voor Christus door de Serden, een Thracische stam. Toen kwamen de Romeinen, toen de Hunnen, de Byzantijnen en uiteindelijk een Slavische stam die de stad omdoopte tot Sofia, genoemd naar de Sveti Sofiakerk en niet naar het mooie beeld van een vrouw die ook Sofia heet midden in de stad.

Russen, Turken, Nazi’s en nog wat kleinere groeperingen hebben zich ook losgelaten in de stad.

Bulgarije heeft behoorlijk wat oorlogen meegemaakt, de 1e W.O. tezamen met de 1e en 2e Balkanoorlog en later ook de 2e W.O. Daarna kwamen de Russen en onderging ook dit land 40 jaar lang het Communisme.

Genoeg geschiedenis... waarom was Ani te laat?! Omdat Bulgaren altijd te laat zijn. Niet omdat ze zoals sommige culturen of groeperingen te lui of relaxed zijn, maar omdat laat zijn een traditie is! En die traditie ontstond na 1925, toen het dak van de St Nedelya Kerk, nu de Heilige Zondag kerk, na een explosie naar beneden viel waarbij 150 mensen het leven lieten. De Bulgaarse Communistische Partij was verantwoordelijk voor deze en andere politieke aanslagen. Ditmaal was de huidige Tsaar Boris III het doel die samen met honderden andere politiek hoge gezetenen, bij de begrafenis van een generaal (vermoord door de BCP) te zijn. Echter Tsaar Boris III was bij de begrafenis van zijn persoonlijke chauffeur (ook vermoord) waardoor Boris te laat was voor de begrafenisdienst in de Kerk en zijn 2e aanslag overleefde. Motto: “Beter laat, dan dood”.

Tsaar Boris III werd alleen maar beroemder toen hij tijdens de 2e wereld oorlog ongeveer 50.000 Joden gered heeft van de concentratiekampen. Bulgarije was net als Roemenie aan de kant van Hitler, en dus eiste Hitler dat Boris alle Joden in Bulgarije op de trein zou zetten. Maar de mensen in Bulgarije, inclusief alle gelovigen van b.v. de Orthodoxe kerk, die het normaal niet echt hadden op de Joden, kwamen achter de plannen (en dat zonder Facebook of twitter!) en Boris moest met een plan komen. Hij schreef Hitler een brief waarin hij uitlegde dat hij de treinen pas over 3 maanden kon laten vertrekken, dit omdat de Joden nodig waren om de straten af te maken. 3 maanden later weer een brief, de straten waren klaar, maar een aantal gebouwen moesten verbouwd worden. En zo heeft Boris elke keer weer tijd gerekt totdat de Nazi’s andere dingen aan hun hoofd hadden, zoals de Geallieerden die steeds dichterbij kwamen.

We worden geleid naar het Tolerance Square. Een bijzonder plein, want dit is misschien wel de enige locatie in de wereld waarop binnen enkele honderden meters en een Katholieke Kerk en een Orthodoxe Kerk en een Moskee en een Synagoog staan, iets waar de stad ook trots op is. In het park verderop speelt een man op zijn kinderspeelgoed Melodica een te simpel deuntje. Maar het plaatje klopt.

(De nieuwe binnenkomer voor de race naar beste foto!)

In het park chilled jong en oud en ook de daklozen worden hier bijna geaccepteerd om er gewoon gezellig bij te zitten, terwijl verderop de wat oudere mannen een potje schaken.

Verder leren we dat in het Communistische tijdperk je alleen auto’s van Russische makelijk kon krijgen. Eerst moest je veel geld neerleggen om daarna 5 tot 10 jaar te wachten tot je auto geleverd werd!! Na het communisme was er geld tekort, de grote Russische Rode Ster die boven het hoofdkantoor van de Communisten hing, zou van robijn en goud gemaakt zijn. Dus met grote aankondiging en duizenden toekijkers werd deze ster eind 1989 (of begin 1990) met een helicopter verwijderd om erachter te komen dat deze van plastic gemaakt was.

En waarom rijdt de politie in Bulgarije in Porsche’s, Mercedes en BMW’s? Simpel. Deze auto’s worden gestolen en komen o.a. in Bulgarije terecht. de politie rolt een Bulgaarse bende op. De auto’s mogen ze niet verkopen. Slopen is geen optie, dus een lakje witte verf en wat strepen en zwaailichten en ze hebben de beste en snelste en vooral meest luxurieuze politie auto’s bij.

Tijdens de tour worden net als in Roemenie vragen gesteld, ik beantwoord er 3 goed!!!!! Maar de eerste 2 keer hoort Ani mij niet en ging een andere vandoor met de buit, maar bij de 3e keer slaag ik en krijg ik een echt Bulgaars mintje naar mijn hoofd geslingerd. Tijd voor bier, want het is de enige zonnige dag die we gaan krijgen aankomende 2 weken. Het weer gaat omslaan met voornamelijk bewolking en flink wat regen en dus onze plannen om te kamperen in nationale parken beginnen ook onzeker te worden.

Na een halve liter bier ben ik toe aan een uurtje slapen in het de zon in het park, maar Erik heeft het al een tijd over fietsen huren en dus besluiten we met fietsen de rest van Sofia te bekennen. Voornamelijk de bossen in, langs een oud verlaten zwembad (het lijkt wel Chernobyl), over drukke wegen en al gauw zijn we 2 uur verder.

Bulgarije heeft een volledige andere taal dan Roemenie en lijkt meer op het Russische, zo ook het alfabet. Als ik dan een biertje probeer in te checken via de bierapp (de Nerd in mij komt even naar boven hier) lukt het mij niet om het juiste biertje te vinden. Er staat duidelijk  ∏NPNHCKO... Nnpnchko. Na 3 minuten hard gelach wordt mij uitgelegd dat de letters in het Bulgaarse Alphabet niet alleen extra letters heeft maar dat de westerse letters die wij kennen ook anders zijn.
De N is bijvoorbeeld een i -  “okeey...”!
De P een R.... “ja tuurlijk... doe eens gek”, “dan is de H zeker een N”

Ja dat klopt!
*Note to self: Bulgaars leren van mijn bucketlist verwijderen.

Ik wil deze blog ten slotte sluiten met de volgende foto:

Gewoon... omdat het kan. 

Groen Bulgarije

Dag 11

Het was tijd voor bed gisteravond. En vergeleken met de avond ervoor is het hostel ditmaal uitgestorven, iedereen ligt al op bed als wij aankomen en alleen de hostel nachtwaker (een beetje een hippie die niet veel zegt en niet echt kan glimlachen) waakt over het pand. Ondanks de rust gaan de oordoppen in, je weet het nooit. De oogleden worden zwaar en langzaamaan dwalen mijn gedachte af naar de afgelopen dagen en eigenlijk alles wat we al meegemaakt hebben. Voor mijn gevoel kwamen gisteravond pas aan op onze eerste camping in Tsjechie, rende ik terug in Bratislava om mijn sleutels uit de motor te halen, werden we bestookt door straathonden in het donker in Sibiu en reden we nog geen 5 minuten geleden de transfagarasan over. In de verte hoor ik een dof doch hoog geluid, eentonig maar afwisselend, een geluid wat steeds luider wordt. Langzaam kom ik uit mijn bijna diepe slaap en begin ik me te ergeren aan het geluid. Dan hoor ik wat het is... een blokfluit. Wat krijgen we nu!? Welke ontzettende irritante oetlul gaat midden in de nacht een blokfluit bespelen!? Nee he.. niet die irritante hippie! Wat denkt die gast wel niet... het is een hostel! We moeten allemaal het domme blokfluit gejank aanhoren maar gelukkig duurt het niet langer dan een half uur.
De wekker gaat. Spullen pakken, douchen, omkleden en de kamelen starten. Weg hier, uit dit hostel! De stad is leuk en ik kom graag nog en keer terug maar dit hostel is niet om over naar huis te schrijven... (*pun intended).

We zijn vertrokken richting Sofia, het is 5 uur rijden maar binnen 1 uur steken we de brede Donau over via een grote brug met andere groep motorrijders uit Roemenie. En dan is ineens daar al de grens met Bulgarije. Wij hadden via Google verwacht een stuk richting het Westen in Roemenie te rijden alvorens de grens over te steken maar de Zumo Navigatie heeft andere plannen. De motorrijders helpen ons met wat er gaat gebeuren, heel lief maar deze keer stelt het gelukkig net als alle andere keren niet veel voor, behalve dan, ja hoor, we mogen eindelijk ons paspoort laten zien! Dat geeft toch wel een beetje het gevoel dat je echt ver weg bent!


De aankomende 4 uur zijn fantastisch! Het is zo heet dat we onze winterkleding weer uit kunnen trekken. Daar sta je dan aan de kant van de weg, ik in mijn boxershirt, t shirt en sokken, alsof ik net met mijn bed uitgestapt ben. Als de motor al niet genoeg bekijks trok, dan nu helemaal. Het is opvallend groen hier, vergeleken met Roemenie. Tot aan de laatste 20 minuten bij Sofia hebben we geen snelweg gehad, dit omdat deze er bijna niet zijn. De meeste wegen zijn hier 2 baans met maximaal 90km/u, wanend door de heuvels en gigantische akkers en andere agrarische velden. Valken of andere roofvogels cirkelen boven de velden en een enkeling vliegt zelfs een stukje boven ons mee. In omstreken bijna geen boerderij te bekennen, bochten genoeg en uiteraard het wat uitdagendere verkeer. De heuvels worden dan bergen, en al gauw bevinden we ons op torenhoge en vooral lange bruggen, door lange tunnels en dan plots verandert het asfalt in kasseien en rijden we Sofia binnen.

Het hostel is geweldig en achteraf een van de beste waar ik de afgelopen 10 jaar gelogeerd heb. Een chillruimte met banken waar jong en oud kaarten speelt of even op de wifi zit, en de dorms zijn ook top met elk bed een gordijntje zodat je niet elke ochtend als je wakker wordt je overbuurman vol in een gapende coentunnel hoeft aan te kijken. Dan krijgen we ook nog te horen dat het ontbijt gratis is en er elke avond ook vegetarisch gekookt wordt. Bam, als Nederlander toch maar weer mooi meegenomen en dat voor een tientje in Euro’s p.p.p.n., hoe het uitkan, joost mag het weten. Dus we hebben Joost het gevraagd maar ook hij wist het niet. We eten opmerkelijk slecht op onze reisdagen en ’s avonds gaat er dan een behoorlijke maaltijd in, alsof we 100km gefietst hebben. Een paar biertjes en het licht gaat al gauw uit. 

Little Paris

Ik loop een beetje achter met de blog dus vandaag niet 1 maar 2 A4tjes vol! 

Dag 10

4 uurtjes... maximaal. 4 uur slaap. Wat een kuthostel!!! De slaapkamer grenst aan de communal room, er is maar 1 groot licht en nergens stopcontacten (Iets wat je tegenwoordig wel mag verwachten met alle apparatuur die opgeladen moet worden). Het is een party hostel, of in ieder geval op de zaterdagavond. Normaal is dat heel gezellig en het is begrijpelijk dat als je op een dorm slaapt het wel even duurt voor het stil is. Maar het was vanochtend pas om 5 uur echt stil en met een ruzie waarbij een gast zelfs het hostel verlaten heeft midden in de nacht hebben we het allebei zwaar als we op moeten. 


Maar de zon schijnt, de korte broek gaat aan en we bevinden ons dan net op tijd in het Unirri park ten zuiden van het oude stadcentrum om de 4e free walking tour te volgen. Tubor spreekt vloeiend Engels en verteld ons wat we kunnen verwachten op de 2 a 3 uur durende trip door het oude stadcentrum van Bucharest waarna hij zegt: “Follow me!” en hij loopt het grasveld op, recht door de plantsoenen en struiken. Iedereen aarzelt waarop Tubor zich omdraait en zegt: “Come on guys, you are suppose to follow the tourguide!”. Lachend volgt de groep van bijna 50 mensen, jong en oud!

We krijgen weer van alles te horen over de geschiedenis van Roemenie en met name Boekarest. Tubor begint met vragen te stellen over wat we al weten over Boekarest, en elk goed antwoord wordt beloond met een Rom snoepje, een oud communistisch chocolaatje. Boekarest is weer heel anders dan Budapest. De stad en dit land loopt zeker 50 jaar achter en dat is te zien in o.a. het onderhoud van de stad. Niet schoon als Budapest, ander verouderd verkeer maar wel mooie verschillende panden met duidelijke verschillen in archtictuur van voor en tijdens de communistische periode. Bucharest wordt ook wel het Kleine Parijs genoemd en dat is niet vreemd. Na de Eerste W.O. wilde men iets doen aan de uitstraling van Bucharest als stad. Ze keken om zich heen en vonden dat de Fransen dat het best deden en dus werden gebouwen gebouwd naar de Franse architectuur. Als je de straten doorloopt is het net alsof je je in Parijs waant. Brede straten met typische mooie Parisienne herenpanden, heel veel groen, parijse café’s en restaurants. Maar dat is niet het enige waar de Roemenen voorbeeld aan namen. Ze namen destijds de Franse taal over als blijk van elite en ook de Roemeense vlag, blauw geel rood is een kopie van de Franse vlag waarbij het wit vervangen werd door het geel. De grondwet is gekopieerd van de Belgen toendertijd en de naam voor de lokale geldvaluta “Leu” betekent leeuw en komt uit het Nederlands van de zilveren munt “de leeuwendaalder”.

Maar Boekarest staat ook bekend als de stad van de straathonden. Met 64000 honden op de straat was Boekarest voor 2004 de stad met het grootst aantal honden op straat. Dat probleem hebben ze tegenwoordig niet meer nadat de wet veranderd is om alle straathonden op te pakken en te doden, nadat een kind in 2004 werd aangevallen door honden en overleed. Maar hoe kon het dat er zoveel honden op straat leefde? Door het communisme werd het Systematisatie stelsel ingeschakeld, bewoners van prachtige Franse herenpanden moesten hun huis verlaten en hiervoor werden communistische flats gebouwd zodat iedereen gelijk was. Huisdieren mochten niet mee naar deze nieuwe woningen en zo raakte deze toen nog huisdier honden op straat.

Er zijn best wat daklozen hier sinds het communisme verdween in 1989. Ja tijdens het communisme had iedereen een baan, ook al stelde het niet veel voor. 

We krijgen verteld over Vlad de Spietser a.k.a. Vlad Dracula en Bram Stoker en dat het Kasteel Bran wat iedereen bezoekt eigenlijk nooit bewoond of uberhaupt bezocht is door Vlad. Over de 2e Wereld Oorlog en de rol van Roemenie die eerst aan de kant van de Nazi’s stond om zo grond terug te winnen maar in 1944 van kant wisselde en dus uiteindelijk door beide kanten is gebombardeerd.

En over Cheausesco, de communistische premier, zeg gerust dictator, die het land in zijn macht hield van 1974 tot 1989 in misschien wel het ergste communistische regime van Oost-Europa. Hij liet het “People’s Palace”  (Parlement van nu) bouwen wat met 3 records in het Guinness Book of Records staat voor o.a. het zwaarste gebouw ter wereld (Marmer!) en het duurste gebouw om jaarlijks te onderhouden.

En de onmogelijke taak van 1 man, Iordachescu, de kerken wilden beschermen van het communistische regime en haar Noord-Koreaanse stijl nieuwbouw. Hoe kun je een kerk op een plek weghalen om deze ergens anders neer te zetten. Good ideas always come whilst drinking beer. En dus ging er 1 biertje in, een 2e, een 3e en toen de ober met het 4e biertje op zijn dienblad viel het kwartje! Je kunt alles veilig verplaatsen, als je maar een goede stevige ondergrond behoudt. Tunnels onder de kerken bouwen, de fundering blootleggen, treinrails eronder, beetje cement en hopsakee... de ene na de andere kerk werd tot soms wel 300 meter in de stad verplaatst. De kerken werden weliswaar verstopt achter de nieuwe lelijke flats, maar ze bestaan nu nog steeds.



Het is zonnig, heet en hoog tijd voor bier dus Erik en ik ploffen neer op een foodtruck strandje en kiezen er even voor om te chillen. De biertjes vloeien rijkelijk en s’avonds hebben we nog een fles witte wijn bij het lokale eten. De rekening wordt voor onze neus neergelegd en bedraagt ongeveer 120 Leu (spreek uit “Lei”) waarop de flauwe grap “Kunnen we dat wel leien?” volgt... het is tijd voor bed!  


En hier tot nu mijn mooiste foto, het contrast tussen de lachende mensen op de reclame poster die zoals het lijkt, een foto maken met hun telefoon van de lijmsnuivende dakloze man. 

Transfagarasan

Dag 9

Het is koud.. ongeveer 3 graden buiten als de zon net opkomt. Met moeite de slaapzak uit, de koude lucht in op zoek naar de warme douche. Even moeite met opstarten maar 2 uur later zijn we allebei aangekleed, hebben een broodje op en pakken de natte tent in die we later wel uithangen als we in Bucharest aankomen. Ik ben nog even bezig met het inpakken van de motor omdat het mij niet lukte de motor op de middenbok te krijgen in het heuvelige gras. Erik, de doorzetter die hij is, lukte dat wel m.b.v. zijn aluminium plaat en dus is hij al klaar en zit even in het fletse zonnetje van de lauwwarme zonnestrallen te genieten.

Vandaag wordt een topdag; een, nee, misschien wel HET hoogtepunt van de vakantie. In ieder geval betreft het motorrijden zelf, want vandaag mogen we doen waar we voor naar Roemenie gekomen zijn. We gaan vandaag richting Bucharest via de Drumul National 7C op, ook wel bekend als de DN7C, nog bekender als de Transfagarasan weg. Maar voordat we daar zijn moeten we eerst nog 1,5 uur rijden in de kou naar het startpunt bij Cartisoara. Ik zit dan eindelijk in volledige wintermotorkleding met een extra shirt en trui aan op mijn kameel en start de motor. Ik wacht op Erik, die even een bochtje moet draaien op een klein heuveltje in het gras. Ik hoor zijn motor starten en nog geen 2 seconden later een luide brul vanuit de motor en zijn uitlaat... Ik draai me om hoor een klein stemmetje in mijn hoofd zeggen: “twee – nul”.


Het gras en de modder eronder is teveel voor de normale bandjes die wij hebben en Erik ligt dus voor de 2e keer met zijn motor horizontaal. Ditmaal ren ik naar hem toe, niet om hem te helpen, wel om deze keer een mooie foto te maken van het tafereel, anders geloofd niemand het thuis. Wat graspollen later en een piepklein deukje in Erik’s trots, staat de GS weer overeind en 5 minuten later rijden we en route Transfagarasan.

De Transfagarasan is tussen 1970 en 1974 gebouwd als reactie op de Soviet inval in Czechoslovakia in 1968. Ceausescu, de toenmalige communistische leider van Roemenie, wilde een snelle militaire route door het Karpaten gebergte, in het geval dat de Soviet tanks Roemenie zouden binnenstormen. Tot 2009 was dit dan nog een onbekende weg voor de wereld totdat Jeremy Clarkson deze weg in Topgear omschreef als: “This is the best road..... in the world!”

Sindsdien razen motoren en snelle dure wagens over deze normaliter rustige weg met een fantastisch uitzicht over de vallei. De weg is maar 4 maanden geopend per jaar en zal over enkele weken sluiten, maar wij hebben het geluk dat de sneeuwval niet vroeg gekomen is.

Dan is het moment daar...

de 90km aan asfalt voor ons vol met klimmende en uiteindelijk dalende, korte en lange bochten! Bochten, bochten en nog meer bochten! Ik kan er weinig over schrijven, het is een ervaring die ik misschien nooit meer op die manier ga meemaken. Voor een motorrijder is bochtenwerk 1 van de leukste dingen om te doen, continue het gewicht van je motor omgooien naar de andere kant en dan zo’n bocht doorgassen. Vooruit kijken, op tijd afremmen en terugschakelen, de motor kantelen, de bocht helemaal inkijken en dan gas erop tot je weer bij de volgende bocht komt, waarop je alles mag herhalen maar deze keer de kameel de andere kant mag omgooien. Het is hard werken maar het geeft heeel veel voldoening, vooral als het je lukt om op je eigen weghelft te blijven, iets waar ik misschien nog wel 3e KNMV cursusje voor kan gebruiken! ;)

Het wegdek is initieel niet geweldig, overal liggen steentjes, gaten en reparatievlakken. Er wordt ook continue gewerkt aan de weg en dus is het soms rustig aan, de in Oranje Highvis geklede wegwerkers, voorbij te rijden. De eerste bochten liggen verstopt in het bos, langs rotswanden waar kleine watervalletjes langs lopen maar binnen 10 minuten zitten we al gauw op 1km hoogte. Weer een bocht om en dan verlaten we de bossen, er opent zich werkelijik waar een fantastisch uitzicht op de vallei die wij zo omhooggaan. Het asfalt is hier beter en dus trekken we (zo ver wij dat kunnen en durven) het gas open...

Het is niet rustig op de weg maar dat geeft niet, de langzame normale auto’s rijden we zo voorbij en dan ineens blinkt er iets in mijn spiegels... een Ferrari, Mazerati, Mercedes en een Lamborghini knallen met ons mee de weg op. Ik probeer ze voor te zijn, wat redelijk lukt op de vlakke stukken, maar de bochten killen mijn snelheid tot 20 misschien met geluk 30km/u, waar deze jongens gewoon met volle snelheid en 2 x zoveel grip de bocht omgaan. Ik geef me gewonnen en laat ze voorbij. 

We bereiken de top en gaan even zitten om van het uitzicht te genieten. Ik denk dat de foto’s genoeg zeggen.



Na een hoogte van 2034 meter, Transfagarasan is de een-na-hoogste bergweg in Roemenie, begint de afdaling die net zo mooi is als de klim. Donkere tunnels door richting het Vidradu meer. De heren Lambo, Ferri, Mazi en Mercy laten we achter ons wanneer het wegdek zijn kwaliteit verliest... “eat my dust” (of eigenlijk gravel steentjes), dit is ons terrein en deze supercars maken dan geen schijn van kans tegen onze GS zonder laaghangende bumpers en met vering waar je u tegen zegt. Uiteindelijk zijn we denk ik 3 uur bezig geweest met bochtenwerk en komen we op de 166 meter hoge Hydro Power Vidradu dam aan. Een 10km lang meer verschuilt zich achter deze dam. Mocht de dam breken dan zouden grote steden onder 465 miljoen kubieke meter water komen liggen. Om dat te voorkomen zijn er op strategische plekken dynamiet geplaatst in de bergen om deze gigantische hoeveelheid water veilig buiten de bewoonde wereld te houden.



We nemen afscheid van deze waanzinnige route en komen nu terecht op het rechte stuk DN7C wat continue door dorpen leidt. Ook hier weer zijn dorpen niet meer dan een aantal huizen links en rechts van de weg. Oude vrouwtjes proberen wat fruit te slijten aan de straatkant en wij moeten oppassen voor gekken die hun auto ineens op de weg draaien of de vele paard & wagen voertuigen die hier nog als heel normaal ervaren worden. Helaas hebben we hier geen foto’s van want sturen met 1 hand, op de weg letten en met de andere hand een fotocamera bedienen blijkt toch niet mijn beste skill.

In boekarest checken we in bij ons hostel wat 20 minuten lopen is van het oude centrum. Op het eerste oog ziet het er heel gezellig uit! 

Cujo

Dag 8.

Eigenlijk is het nog dag 7, 30 september 2015. Erik en ik hebben wat meegemaakt en 3 dagen later besloten het alsnog te vertellen, vooral omdat we het kunnen vertellen. Niet omdat we de Dood in de ogen bekeken hebben, wel omdat we gisteravond toch even wat spannends meegemaakt hebben. Gisteren hebben we net voor het donker de tent kunnen opzetten en aangezien we de gehele dag nog niet gegeten hadden was het echt tijd om een restaurant op te zoeken en vooral te bunkeren! Ons werd verteld door enkele Duitsers dat als we de camping afliepen, links gingen, na 5 minuten rechts een bordje zouden zien met Tennisbaan en Hotel waar een restaurant te vinden was. 

Mijn Duits is niet geweldig en ik heb nog wel eens moeite met Oost en West (ja zelfs ik met mijn werk!) en ook links en rechts. Afijn, we lopen de camping af in het donker met op de achtergrond het geblaf van honden, wilde honden, tamme honden, straathonden... we weten het niet. Maar ondanks mijn minimale reiservaringen heb ik genoeg straathonden meegemaakt en het eerste wat ik doe is een grote steen (zeg gerust kei) in mijn rechterhand op te pakken. Ik leg aan Erik uit dat het niet zo is dat ik iets tegen straathonden heb, maar genoeg ervaringen heb gehad met straathonden: Vorig jaar in Argentinie dacht ik nog Cesar Millan (de dog-whisperer van Discovery) te zijn nadat ik een aantal straathonden letterlijk op hun plek had gezet. Maar 2 honden in een dorp ten noorden van Buenos Aires dachten daar toen anders over en ik heb toen gauw geleerd dat ik niet alles in controle kan hebben met Cesar's technieken.. kortom een steen in mijn rechterhand en mijn lullige zakmes klaar in de linkerhand. We lopen de camping af, slaan rechtsaf (hint: mijn Duits of mijn geheugen speelt nu spelletjes met mij) en lopen een ellenlange bult af die we ook omhooggereden zijn. Tijdens het lopen horen we de ene hond na de andere hond blaffen en grommen, tegen de hekken aanspringen en af en toe een hond die los op de straat loopt en ons grommend achterna loopt. Geen fijne gedachte maar beide zijn we rustig, ik nog steeds met mijn steen in mijn rechterhand (just in case).  Na 20 minuten lopen komen we een bord tegen dat we het dorp gaan verlaten en houdt de straatverlichting op... Erik zegt dan: dit is niet goed. Ik ben niet helemaal zeker maar vind wel dat als het niet goed voelt dat we terug moeten. Terug de bult op, langs diezelfde honden die op straat liggen of liepen... dan zien we ineens het tennisbord “500 meter rechtsaf Restaurant/Tennis/Hotel”. Ik besef dan dat mijn Duits of mijn geheugen fout was en dat we links en niet rechts van de camping af hadden moeten gaan. We lopen door en zien het bordje rechts voor restaurant. Hier nog steeds veel honden, maar gelukkig achter de hekken. Als we bij het restaurant aan komen kan ik mijn steen eindelijk wegleggen en Erik het plastic zakje wegdoen, wat ik aan hem gegeven had met daarin half bakje paté en 4 plakken salami die we voor de lunch gebruikt hadden maar waarvan ik zei, gooi het weg. Nergens een afvalbak te vinden dus we leggen het even buiten voor het restaurant neer. We hebben een heerlijke maaltijd en vragen de ober ondertussen hoe het met de straathonden zit, omdat het ons toch niet helemaal lekker zat. De ober zegt dat ze echt niks doen en dat we gewoon rustig tegen ze moeten praten. Nadat we de rekening betalen lopen we terug... dan begint het. Het plastic zakje met salami en bakje paté ligt uitgesmeerd over de straat... het bakje paté helemaal leeggelikt door waarschijnlijk een hond (of een weerwolf?!) maar zeker geen schattig mini-varkentje. We slaan de weg in richting camping die uiteraard niet verlicht is door straatlantaarnen. Dan begint het “klote”te worden... op de hobbelige modderige weg in het donker horen we alleen gegrom en geblaf. Ik heb gelukkig een zaklampje mee, maar die werkt alleen als ik hem aandraai (beetje het knijpkat effect) en dus is het geen geweldige lichtbak die ik vooruit schijn. In de verte zien we wat glimmende ogen in het donker... Het continue geblaf en vooral het gegrom zorgt ervoor dat we ons niet helemaal op ons gemak voelen. Het is donker, in de verte zien we lichten, maar is dat de camping!? Na 10 minuten lopen zegt Erik dat er weer iets niet klopt... ik zeg nog “maar dude we moesten op de heenweg best een stuk lopen”... dan ineens staan er 4 honden voor ons. Staren ons vol in de ogen aan, grommend, tanden bloot. We staan naast een huis en we beseffen dat we echt niet goed zijn... “kut” “godverdomme, we zitten niet goed, we zijn verdwaald”. Allebei kijken we rond welke lichten van de camping kunnen zijn, maar het gegrom en de aanwezige honden die we nauwelijks kunnen zien op af en toe de reflectie van ogen en witte tanden na in het zwakke zaklamp licht en het geblaf na zorgt ervoor dat nu de adrenaline door ons lichaam ruist. We hebben nu allebei een dikke kei in de zak, ik heb mijn zakmes uit staan en ondertussen praten we tegen elkaar en tegen de honden. We zeggen tegen elkaar dat de mensen van het restaurant zeggen dat ze echt niks doen, diep van binnen geloven we dit ook echt, maar wat een rotgevoel om omsingeld door vieze straathonden te zijn, in het donker, verdwaald. “Rustig maar hondjes, wij zijn het maar” zeg ik nog rustig... we worden alsnog achtervolgd. Het klinkt stom, maar de beelden van Cujo (boek geschreven door Stephen King) van een met Rabiës besmette hond gaan door mijn hoofd. Ondanks dat we allebei even zeggen dat het een kut situatie is, blijven we allebei nog redelijk cool gezien de omstandigheden. We worden achtervolgd door een roedel van een stuk of 4 a 5 blaffende en grommende honden... Dan ineens!! Rechts hier.. bordje van de camping. He fuck!! Hoe hebben we dat kunnen missen!! Pas bij de tent droppen we onze stenen en stop ik het mes terug in mijn zakmes.... Dit doen we dus echt niet meer. Achteraf lachen we erom, we geloven nog steeds dat de honden niks zouden doen, maar we wantrouwde ze wel. Het waren duidelijk honden die in het wild probeerde te overleven (vieze vacht, sommige half strompelend etc) en toch het idee hadden hun gebied te beschermen. het gevoel van verdwaald zijn in het pikkedonker tussen weilanden in op onbestraten stenen.... niet iets wat we allebei morgen weer gaan doen.

Die nacht gelukkig lekker geslapen op de camping. Het was even koud maar toen de zon opkwam hebben we eerst 4 uur lang gerelaxed, de motoren gecontroleerd en gewoon even gechilled. Daarna zijn we Sibiu ingegaan. Een mooie stad maar niks benoemenswaardigs, misschien ook wel omdat we even moe waren om de steden te zien. Lekker gelunched in de zon, gelachen om de honden en even rondgelopen. Die avond hebben we zelf gekookt: Heerlijke vieze worsten uit plastic verpakking op een broodje met ketchup... oh nee wacht het leek op ketchup maar was een soort paprika saus, bitter en een beetje pittig. En de worst... we weten nog steeds niet of die gaar was maar de drie honden van de camping waren er uiteindelijk erg tevreden mee.
Vanwege de avond ervoor hadden we allebei geen behoefte om de camping te verlaten en dus was het plan zodra het donker werd gewoon vroeg de tent in te gaan. Ik besefte toen pas hoe helder de hemel was en heb nog een uur lang naar de duizenden sterren en de melkweg gekeken, een adembenemend beeld wat ik sinds Nepal in 2004 niet meer gezien had.

“Het benzine reserve lampje”

Dag 7


De wekker gaat, ik heb het zwaar... altijd die Chouffe biertjes ook!
De GS motoren hebben het ook even zwaar, het was een koude nacht, maar als ze eenmaal warm gelopen zijn klinken ze als naaimachines. We verlaten Budapest op weg naar het verste punt Boekarest. Allebei zeggen we los van elkaar dat we uitkijken naar de aankomende dagen. Tot nu toe hebben we al best wat gezien en afgevinkt van wat we wilden doen, binnen 6 dagen al mooie steden gezien, gereden door mooie afwisselende landschappen, overal lokale gerechten en bieren gedronken, veel gelopen en genoeg walking tours met gidsen gedaan en dus best wat geleerd van dit gebied. We hebben gezellige hostels afgewisseld met kamperen op de goedkoopste maar mooie campings. Maar 1 ding is nog een beetje op de achtergrond gebleven.. tot nu toe hebben we voornamelijk snelweg gezien en daar worden wij en onze GS-en niet warm van. Maar nu we Hongarije gaan verlaten en de mooie westerse snelwegen inruilen voor het moois wat ons in Roemenie te wachten staat, worden we allebei vrolijk met wat kinderlijke spanning. Het soort spanning wat je vroeger als kind had toen je je schoen bij de openhaard mocht zetten. Want de volgende ochtend wist je dat je wortel geruild was voor pepernoten of nog iets mooiers! Die spanning en dat gevoel begint langzaamaan steeds groter te worden, want in Roemenie houdt de snelweg al gauw op. We bereiken de grens en voor het eerst worden we door 2 norse douane/politie heren gevraagd om ons paspoort. Een glimlach kan er echt niet van af maar we mogen door. De weg verandert meteen, weinig belijning en veel meer bochten die ons door de graanvelden meebrengt. Het lijkt of de Roemenen aan een 2e recyling doen en de al ter sloop veroordeelde auto’s in Hongarije, gewoon nog een aantal jaren gebruiken! En hebben ze geen auto, dan hobbelen ze met paard & wagen langs de kant van de weg. Dat en de andere bestuurders maken het hier dat wij nog voorzichtiger moeten rijden, want auto’s verzinnen het om van rechts in te halen of gewoon plots een u bocht op de weg zelf te maken.

Onze route wordt uiteindelijk mooi afgewisseld tussen gloednieuwe stukken snelweg en de mooie landweggetjes. Deze laatste wegen leiden ons door velden met daarop herders en zijn schapen, zoals je ze vroeger in die katholieke boekjes uitgebeeld zag. We zijn nu echt 100 jaar of meer terug de tijd in gereisd. Dan tuffen we rustig door dorpen heen die volledig stil zijn, op een paar kinderen en oudere vrouwen na, gekleed in oude bruine kleding en een doek om der hoofd gewikkeld. Het beeld klopt helemaal zoals je het verwacht, ze kijken nergens vrolijk maar zwaaien doen ze wel! We hebben in ieder geval genoeg aandacht op onze stalen kamelen!



Mijn navigatie geeft nog 8 uur aan, dat is 2 uur langer dan verwacht en dat maakt onze dag wel heel lang. We hebben dan ook geen tijd voor pauzes en besluiten om in 1 x door te rijden op de tankbeurts na. Ik had nog tegen Erik gezegd dat we voorzichtig met tanken moeten zijn, want het zo me niets verbazen als we stukken lang geen tankstations tegenkomen. Een uur later zit ik op 3 streepjes midden op de nieuwe snelweg, tijd om te tanken. Eerstvolgend tankstation in een dorp, 80km te gaan. Dit gaat heel krap worden. Uiteindelijk rijden we allebei zeker 10 minuten lang met geen enkel streepje meer en bij mij zelfs het oranje reservetank waarschuwingslampje aan. Het eerste tankstation is dan gelukkig in zicht.. shit! Het ziet er donker en verlaten uit. Snel de navigatie op het volgende station, nog 5km, dat moeten we halen! We hebben wel gevulde reserve tankjes mee maar als dit zo doorgaat komen we nergens. Ook het 2e wat grotere tankstation ziet er donker uit en we rijden er voorbij. Dit is niet goed! We besluiten om te keren en bij dat tankstation onze reservetanken te gebruiken. Maar dan zien we dat er toch activiteit is, gelukkig ze zijn toch open! Bij het betalen geef ik mijn kaart over aan de Roemeense vrouw. Zoals ik altijd doe (ook in Nederland) verberg ik mijn pincode goed, waarop de vrouw mij een beetje boos en verdrietig aankijkt. Ze zegt “No problem” wijst naar haar tankstation en haarzelf en zegt “Familia”, ofwel wees niet ongerust, wij zijn goede mensen en skimmen je Rabobank pas niet! Ik probeer meteen duidelijk maken dat dit niet mijn bedoeling is, ik doe dit thuis ook! Ze neemt het met veel moeite aan.

Het is fris en dus hebben we alle winterkleding aan en ook het regenpak komt later even aan de pas ondanks dat het toch gelukkig droog blijft.

Dan is tank alweer half leeg en met nog een uur te gaan zou dit geen probleem zijn maar we nemen het risico niet een gaan weer tanken. Ik wil betalen met mijn rabopas maar de cashiere kijkt me aan zegt: “problem, no money”. What the fuck! Zijn die roemenen echt zo snel, 2 uur geleden alsnog geskimmed!? Snel mijn andere pas en meteen de Rabo-app op... ik geloof het niet en het zal wel een hele andere reden hebben maar toch. De belastingdienst, leuker kunnen we het niet maken... heeft mijn hele rekening leeggetrokken.

Met 8 uur rijden in totaal, komen we eindelijk op onze bestemming aan. We hebben zonder pauzes en de hele dag niks gegeten het nu wel even gehad en zijn blij als de tent net voor het donker op staat. We zitten 15km ten zjuiden van Sibiu, een stad midden in Transylvanie in Roemenie.

Morgen een rustdag, even uitslapen en bijkomen. De camping ligt aan de voet van het Fagaras gebergte. We zijn enthiousiast. De spanning waar ik eerder over vertelde is nog groter geworden. Want vrijdag gaan we 1 van onze hoogtepunten beleven. DE reden dat we naar Roemenie gekomen zijn. We gaan de klim over het Fagaras gebergte maken via de nu wel bekende route DN7C, de Transfagarasan weg. Is het al vrijdag!?

Nu naar bed, het is koud en het stikt hier van de honden! De hele nacht door is er continue geblaf maar met de oordoppen in wil het nog net lukken. 

Stads Camping

Dag 6

De laatste avond in Bratislava eten we in de Slovakia pub, kleine brood dumplings met schapenkaas en bestel ik 2 Slivoviche. Sterke drank gemaakt van pruimen met 52% alcohol. Erik ruikt eraan en wordt in zijn herinneringen teruggebracht na de laatste keer dat hij van Tequilla over zijn nek ging. Hij schuift voorzichtig het glaasje naar mij. Ik sla de eerste achterover... fuck dat is heftig en echt niet lekker. De barvrouw moet lachen. Ik vraag: “Hoor je dit niet te atten?” “Jawel” antwoordt ze... “Alleen ik drink dat spul zelf echt niet”. Met moeite tik ik de 2e ook weg maar dan is het ook echt tijd om hier zo snel mogelijk weg te gaan!

We verlaten ons Blues Hostel op weg naar ons 6e land en stad,Budapest (spreek uit Budapesh) in Hongarije! Onze navigatie moet ons naar een camping brengen want we hebben besloten aankomende dagen de tent weer eens op te zetten. Echter komen we steeds dichter bij de stad Budapest zelf. We dachten dat onze camping aan de rand van de stad lag, maar dan staan we tussen het hevige verkeer vast in de dagelijkse files. Het continue geluid van sirenes van de hulpdiensten dringt onze helm en oordoppen door, terwijl ik ondertussen wijs naar een Nederlandse vrachtbusje met Jong & Zn B.V. met een Hongaars nummerbord. Later komen we meer oud West Europese auto’s tegen (en zo ook later in Roemenie) die natuurlijk legaal dan wel illegaal verscheept worden naar het Oosten. Auto’s die letterlijk uit elkaar vallen, de APK zal hier wel wat minder streng zijn, maar we kunnen tevreden stellen dat ze hier in ieder geval echt doorrijden tot de wielen vierkant zijn.

Na 300 meter linksaf, bestemming bereikt. We staan midden in een woonwijk 10 minuten buiten het stadscentrum voor een gesloten deur. Een camping hier tussen deze huizen in, dit is niet goed, allebei willen we net omdraaien als ik een klein bordje “Motor Camp” zie staan. Dan gaat de deur open en begroet Susan ons. We worden hartelijk ontvangen in de royale achtertuin van deze vrouw. Met wat boompjes, een BBQ, een keuken en prima douche faciliteiten hebben we op 1 tentje na een hele achtertuin voor onszelf. Fantastisch! Camperen in een stad!



Morgen gaan we de Free Walking Tour van Budapest doen, maar vandaag doen we het rustig aan, even het centrum in om wat te eten en vroeg naar bed. We nemen de metro naar het centrum van Pest (Budapest is een samensmelting van 2 steden, Buda ten Westen en Pest ten Oosten van de Donau). Even een stukje lopen en dan ergens zitten met een biertje en wat eten. We lopen langs allerlei standbeelden, en prachtige grote gebouwen die duidelijk maken dat het centrum in Pest in ieder geval niet goedkoop kan zijn en deze stad vroeger een rijke vruchtbare tijd heeft gehad. Nergens zijn saaie moderne gebouwen te zien. Budapest is ongelooflijk schoon en dus bijna geen duivente vinden op de grote pleinen. Kastelen, kerken, paleizen, het is er allemaal te vinden.

Om 6 uur ’s avonds zitten we aan onze lunch en dan lopen we nog even langs de promenade om Caste District, het Parlement en nog wat statige gebouwen in de prachtige verlichting te aanschouwen. Enkele speciaalbieren in een super toffe oude fabriek en dan terug naar de tent! 


De volgende dag wat eieren gebakken en op weg naar Buda beklimmen we de Westelijke heuvel met het Gellert standbeeld en uitzicht over de gehele stad.

Niet zo spectaculair als bijvoorbeeld Praag, maar dat komt omdat alle gebouwen even hoog zijn. Budapest is wat mij betreft dus mooier als je de straten doorloopt die wat weg hebben van Parijs of Buenos Aires, brede straten, mooie gebouwen en genoeg groen. Om 14:30 start onze tour van Budapest. De route begint in een park waar wij gisteren ook waren, neemt ons langs een plein met een monument voor de gevallen Nazi’s waar veel mensen natuurlijk op tegen zijn, langs een Russische herdenkplaats, langs een standbeeld van de premier tijdens de 1953 revolutie tegen de communisten en eindigt op het plein tegenover het parlement. Ik weet niet hoe onze tourgids het voor elkaar krijgt, maar we lopen echt 2,5 uur lang PRECIES dezelfde route die wij gisteren per ongeluk gelopen hebben! Echt te bizar voor woorden. Pas toen we stopten bij het parlement en niet verder gingen naar Castle District komen we erachter dat we de verkeerde tour gedaan hebben. Dit was de 14:30 communistische tour, wij hadden de 15:30 budapest tour moeten doen. Do’h!

Nadat we onze Goulash soep op hebben vinden we een speciaalbier winkeltje, slaan even wat speciaalbieren in, denkende dat Bulgarije Macedonie en Bosnie niet echt aan speciaalbier doen. Een aantal biertjes bij de tent proosten we samen met de Australier die hier ook verblijft en op zijn fiets heel Europa aan’t rondfietsen is. Proosten met onze knokkels tegen elkaar zoals de Hongaren dat ook ten tijde van de Oorlog deden (Proosten met de glazen deden de Nazi’s dus de goede Hongaren deden het met de handen tegen elkaar) en dan duiken we “vroeg” ons bed in. Een lange dagrit van 6 uur rijden (Volgens Google Maps) staat ons te wachten.

"Aahh Neckermann!"

Het is dag 5... en het is me nog steeds niet gelukt om een kort en bondig verhaal te houden over wat Erik en ik allemaal meemaken, en dat is ook moelijk want we maken genoeg mee, dus nogmaals excuses voor de ietwat langere verhalen dan beloofd, maar zeg nou zelf, dit is toch veel leuker lezen dan de timeline van al je 500 facebook vrienden?

Ahoy!

Niet omdat we land in zicht hebben, wel omdat dit een veel voorkomende groet is in Slowakije, ons 4e land! Vanuit Wenen zijn we binnen een uur de grens over gereden op weg naar Bratislava. Net als Praag ligt deze stad verdeeld aan een rivier, ditmaal de Donau (Danube). In het Westen de nieuwste saaie Sovjet achtige flatgebouwen en aan de Oostkant ligt het mooie oude centrum. Net als de omringende landen zit Slowakije vol geschiedenis, waarin dit land door meerdere volkeren, groeperingen en andere landen ingenomen, veroverd en geleid is. Vooral van de recente geschiedenis vlak voor en na de 2e W.O. is veel terug te zien en te merken.
Slowakije was vlak voor de 2e W.O. een broeder zuster natie met Tsjechie, samen genoemd CzechSlovakia, wat opgesplitst werd door nadat Hitler aan de macht kwam. Na de 2e W.O. vormden deze 2 landen weer 1 staat wat door de Communisten gerund werd tot 1989. Enkele jaren later splitsen Tsjechie en Slowakije in vrede, ze zien elkaar nog steeds als broeders en zussen.

Bratislava is de hoofdstad van Slowakije en vroeger de Kronings stad van o.a. Hongarije (Toen nog de hoofdstad van groter Hongarije) voor de Hongarijnse Koningen. Een kleine stad die zeker binnen 1 dag te zien is, maar genoeg te bieden heeft. Erik en ik komen in ons Blues Hostel aan gelegen in een beetje vervallen straat, parkeren de motoren op de stoep met een dik slot, en checken in.

We worden heel warm ontvangen door het personeel en komen meteen in contact met een Italiaanse vrouw die in een rolstoel zit. Ze zit met een groot probleem, aangezien vanmorgen 1 van haar banden lek is gegaan. Erik en ik kijken elkaar aan, een bandje plakken hoe moeilijk kan het zijn. We zitten nog in motorkleding al aan onze welkomst drankje (een 1,5 Liter plastic fles bier) en zeggen dat wij dat wel even oplossen als het hostel een bandplak reparatie kitje kan regelen en een fietspomp. Erik fietst, en ik quote: “100 km per week minimaal en ik moet elke week wel een band van een fiets thuis plakken, dus als we de spullen hebben dan komt dat helemaal goed”. Ondanks wat taalbarierre problemen tussen ons, de Italiaanse en het personeel, komen we eruit dat een reparatie setje onderweg is... de tijd is nu 14:30.

Vier uur en enkele bieren later, komt 1 van de hostel receptioniste met bijna al het materiaal aan, lijm, rubber stickers en een fietspomp, alleen de bandenlichters missen. Met een bot mes gaat Erik het wiel te lijf. Echter, kleine zweetdruppeltjes vormen zich al gauw op Erik’s voorhoofd, lichte frustatrie borrelt op omdat het toch niet zo makkelijk gaat als gehoopt. Terwijl Erik met alle moeite de strakke band eraf haalt - het lek vindt, de band met alle moeite terug krijgt in de velg, oppompt, een bobbel vindt, nog meer moeite moet doen om de band er opnieuw af te halen - vervul ook ik een zeer belangrijke taak: de 1,5 Liter fles bier die voortijdig bestelt was moet(!) leeg. Uiteindelijk lukt het ons om de band er terug op te zetten en het bier leeg te hebben voordat de restaurants dicht gaan. Het laat wel weer zien dat teamwerk op onze Epic Eastern Europe adventure op alle fronten werkt! De Italiaanse vrouw is erg blij en bedankt ons met nog een 1,5L fles die ik maar aan Erik geef, uiteindelijke heeft hij in zijn eentje deze vrouw gered die anders 2 dagen letterlijk vast had gezeten in een hostel met niks te doen!

Om 10 uur ’s avonds zitten we aan een voorafje van runder tong en daarna 1,8 kilo oven gebraden Varkens Knokkel! Echt heerlijk en dat samen met een biertje wat ruikt naar mijn eigen gebrouwen Bloody Hand. Dat wil ik testen als ik thuis ben, dus vraag ik of ze dit bier ook op fles verkopen. Dat wordt met een ja beantwoord en 2 minuten later komt de goede man aan met een 1,5 liter plastic fles gevuld met bier. Een oude water PET-fles, gevuld met bier uit de tap, niet helemaal wat ik in gedachte had omdat dit nooit goed blijft maar we nemen het mee om het maar op de aankomende camping’s leeg te drinken. (De camping heeft deze verbazingwekkend genoeg nooit gehaald).

De volgende dag vroeg op en om 11 uur beginnen we aan onze Free Walking Tour die ons leidt door de stad. Lucia (Lucy) heeft 6 jaar Law gestudeerd en vond het niks, dus ze is het toerisme in gegaan en kan ons leuk vertellen over de geschiedenis van Slowakije (die ik jullie, ondanks dat deze zeer interesant is, voor een groot deel zal besparen). Het oude centrum is misschien niet zo mooi als Praag, wat niet gek is als je ervan uit gaat dat de Tjechen in de meerderheid waren en Praag dus als belangrijker gezien werd dan Bratislava ten tijden van CzechSlovakia. Maar er is voor 1 dag genoeg te zien met leuke verhalen.

Zo leren wij bijvoorbeel dat Pasen op een wel heel leuke manier gevierd wordt, waarvan ik graag het voortouw wil nemen om deze traditie in Nederland in te voeren. Weg met de paaseieren en die stomme “1 ei is geen ei” (jawel dat is het wel!!!) liedjes, en kom maar binnen met de zweepjes en de emmers koude water. Je of u zult nu wel denken... beetje vreemd maar wel lekker.. Let me explain:
In Slowakije doen ze niet aan chocolade eieren en alle andere traditities die wij bij pasen kennen. In Slowakije krijgen de vrouwen op 1e paasdag alle aandacht, en u als vrouw denkt nu.. wow dat is geweldig! En dat is het ook... voor de mannen! Want op 1e Paasdag mogen de mannen van o.a. wilgentakken een zweepje maken, en met dat zweepje “mogen” zij met gepaste kracht een klein tikje uitdelen op de bipsen van de vrouw (moeder, oma, dochter, buurvrouw of een vreemde maakt in dit geval niks uit). Maar dat is nog niks. Lucia verteld bijvoorbeeld dat ze elke Pasen wakker werd gemaakt door haar broer en vader met een emmer ijskoud water, dit werd herhaald bij het ontbijt, net na het afdrogen na het douchen (op gepaste wijze!) en eigenlijk gewoon de hele dag door. Ofwel, de mannen in Slowakije mogen 1 dag per jaar vrouwen lichtjes enkele zweepslagen op de bips geven en ze continue nat gooien met koud water... heren, aan jullie de keuze, dat of paaseieren zoeken?
Het wordt nog erger, nadat de vrouwen al deze aandacht krijgen, wordt natuurlijk verwacht dat de mannen beloond worden. Voor de kleine jongens een lekker snoepje, en voor de volwassenen..... geld! Het kan niet beter!
O.k. de “gentleman” onder ons zouden het zelfgemaakte zweepje symbolisch voor de grond slaan, en de vrouwen met parfum besprinkelen in plaats van water, maar ik ben helaas geen gentleman.
Nu hoor ik de mannen juichen terwijl de vrouwen op hun achterste “hoge hakken” staan... Lucie verteld: “Toen ik tegen mijn pap en mijn broer zei dat ik het gehad had met de koude emmers water e.d. zei mijn vader dat ze het niet zouden doen.... die avond sprak ik mijn vriendinnen over hoevaak ze nat gegooid waren en was ik eigenlijk best jaloers en een beetje verdrietig dat ik die hele dag geen aandacht heb gekregen”. Vrouw, u bent bij deze dus gewaarschuwd!

De Blauwe Kerk (of Smurfenkerk) 


Verder kregen we te horen dat ook in Slowakije een vorm van Sinterklaas gevierd wordt waarbij op de ochtend van 6 december snoepgoed in de schoen te vinden is. Ijshocky de nationale sport is, waarbij Slowakije echt heel slecht is, maar het enige wat zij willen is Tsjechie verslaan. Tijdens de tour krijgen we te horen over de bouw van de stadsmuren, het lokale eten, de verschillende kerken en anderen allerlei. Op een gegeven moment staan we  op een brug met een of ander mooi verhaal over de geschiedenis en nog iets moois en een standbeeld een leuk grapje of iets, mijn ogen vallen ondertussen op de liefdes sloten (padlocks) die je vaker op bruggen ziet... mijn linkerhand duikt mijn linkerbroekzak in... dan mijn rechter hand mijn rechterbroekzak in terwijl mijn linkerhand al weer mijn eigen kont aan het betasten is... een adrenaline rush schiet door mijn lichaam, het hart begint harder te kloppen en het bloed stroomt naar mijn hoofd, mijn hersenen gaan tekeer terug naar vanochtend, terug naar het moment dat ik buiten bij mijn motor sta, de sleutelbos van mijn motor, waar zijn ze?? Alles zit eraan, de contact sleutel, de kofferssleutels, het grote slot sleutel, alle sleutels om een motor mee te nemen! Ik kijk Erik aan, en die ziet de paniek in mijn ogen en zegt meteen: “wat is er?!?” – “Mijn motorsleutels, ik heb ze niet op zak! Ze zitten nog in de motor, in het buddy seat slot!”
Ik heb vanochtend een gereedschap stuk terug in mijn motor gelegd die we bij de rolstoel gebruikt hadden, maar de sleutels er niet uitgehaald. De motor staat daar dus gratis op te halen inclusief helm die in de koffers ligt... niemand die het door zou hebben als iemand de motor van het slot haalt en met helm wegrijdt! Ondanks dat Erik en ik beiden denken dat de sleutel er echt nog wel in zit, is het geen relaxte gedachte. Dan begint de James Bond muziek in mijn hoofd, ik drop mijn camera en rugzak en trek een sprint, Daphne Schippers zou moeite hebben gehad mij bij te houden, mijn enkel die 6 weken geleden op een festival dubbelgeklapt is zegt nee, maar mijn hoofd zegt ja...  Ik ren de bult af, slalom tussen de lokalen in, spring over een plantenbak, gewoon omdat het er cool uit zou zien, steek het kruispunt over springend over de auto’s, rollend onder de trams door.. daar in de verte... ik zie Erik’s motor staan... maar de mijne!?!? Moet ik nu 2 weken achterop bij Erik, 2 weken lang dezelfde onderbroek dragen, je kunt ze maar 2 x binnenstebuiten draaien, de Transfagarasan weg zelf niet mogen veroveren!? Nee... ze staat er nog, mijn vriendin, mijn trots, op dit moment mijn leven. Ok overdrijven is ook een kunst... ik sprong niet over de plantenbak daar rende ik gewoon langs... maar ik kan je zeggen dat ik heeeel blij was om de sleutel nog in het zijslot te vinden!

Terug aangekomen doe ik weer mee met de tour... Erik zegt dat ik niks gemist heb, en Lucy begint te vertellen over de Velvet revolutie, een vredige demonstratie waarbij de Slowaken hun sleutels ringelend in de lucht hielden tegen de toen bestaande regering die uit alleen de communistische partij bestond. Toeval?

Na de tour lopen wij weer door het stadscentrum heen, en ik zeg nog tegen Erik: "Ik denk echt dat wij de enige Nederlands in Bratislava zijn"... Nog geen 2 minuten later zie ik 3 mensen op 2 ouderwetse fietsen zitten en hoor ik duidelijk Nederlands... sommigen zullen het stom toeval noemen, anderen gebruiken een fancy woord als Serendipity... hoe dan ook, wij als Nederlanders moesten natuurlijk ook even op de fiets! 

Erik en ik zijn nog niet klaar met de stad en gaan richting het kasteel. Niet zozeer om het kasteel te bewonderen, danwel de “Craft beer” kroeg die we zagen toen we Bratislava binnen kwamen rijden. 

Na enkele bieren lopen we terug en krijg ik van Erik de opdracht om een groep Japanners op te houden door te doen alsof ik een foto maak van een of ander stom gebouw. Die taak neem ik met alle plezier op, ik richt mijn camera op een stenen muur naast de Neckermann winkel. Zodra 1 van de groep mijn camerabeeld in loopt zeg ik... wooohh pardon excuse me, one second... de hele groep excuseert zich. Ik neem enkele foto’s en Erik ziet dan dat 3 van de groep hun camera richt op dezelfde muur met Airconditioning unit. Ze vragen me wat ik zie.. en ik zeg “Neckermann!” Waarop bijna de hele groep met bewondering op zijn japans “aahhww Neckerman!” zegt terwijl de i-Phones en spiegelreflexcamera’s hevig tekeer gaan en kliekjes maken van Neckerman.  

Mijn foto: 

1 van de Jappaners die een foto nam van het spectaculaire beeld hier... je moet je ergens mee vermaken!